Planoverleg

In het planoverleg worden maandelijks verschillende soorten plannen die raakvlak hebben met cultureel erfgoed, in een vroeg stadium besproken door de wettelijke adviseurs van gemeenten: de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en eventueel de Provincie Limburg en de gemeentelijke adviescommissie. In dit overleg worden plannen, die raakvlak hebben met archeologische, gebouwde of groene rijksmonumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten, in een vroeg stadium besproken. Naast bouwplannen kan het hier ook gaan om ruimtelijke plannen, zoals bijvoorbeeld provinciale inpassingsplannen of omgevingsplannen.
Bouwplannen
Op grond van de Omgevingswet dienen omgevingsvergunningaanvragen voor de wijziging van een rijksmonument in een aantal gevallen voor advies te worden voorgelegd aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), vertegenwoordigd door de RCE, alsmede – buiten de bebouwde kom – aan het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg. Het college van burgemeester en wethouders (B&W) van de betreffende gemeente kan vervolgens, gehoord de ontvangen adviezen (inclusief het advies van de gemeentelijke adviescommissie), een besluit nemen over de aanvraag om omgevingsvergunning. Het planoverleg is gericht op afstemming tussen de betrokken partijen over de aan het college van B&W uit te brengen adviezen en zo mogelijk op afstemming tussen betrokken partijen over planvoorbereiding. Dit levert belangrijke voordelen op in het kader van de behandeling van een omgevingsvergunning. Zo mogelijk heeft overleg over een conceptplan zelfs de voorkeur.
Adviesplicht en adviesrecht
Het bevoegd gezag, meestal de gemeente, is verplicht om bij ingrijpende wijzigingen aan rijksmonumenten advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Zoals:
- herbestemming;
- (gedeeltelijke) sloop;
- reconstructie;
- grote restauraties en verbouwingen;
- wijzigen van een beschermde parkaanleg of nieuwbouw in een beschermde groenaanleg.
Daarnaast heeft de provincie adviesrecht. Per 1 januari 2012 is besloten dat de advisering van Gedeputeerde Staten beperkt blijft tot dezelfde categorieën buiten de bebouwde kom.
Ruimtelijke plannen
Sinds de invoering van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het voor Rijk en Provincie alleen mogelijk om achteraf bezwaar te maken tegen een bouwplan, en worden zij niet eerder in het besluitvormingsproces/advisering betrokken. Daarom is het voor Rijk en Provincie essentieel dat ontwerpplannen al in een zo vroeg mogelijk stadium besproken worden en afstemming met gemeenten op het gebied van archeologie en monumentenzorg kan plaatsvinden. Met het planoverleg wordt beoogd dat betrokkenen elk vanuit hun eigen deskundigheid in een vroeg stadium hun licht kunnen laten schijnen over de consequenties wat betreft monumentenzorg in de ruimtelijke context. Bij ruimtelijke plannen staat de vraag centraal: is bij het maken van een bestemmingsplan met alle cultuurhistorische elementen in het stedelijke en/of landelijke gebied rekening gehouden?
Gang van zaken
Het planoverleg vindt plaats op verzoek van een gemeente, die het plan desgewenst mondeling toelicht in het bijzijn van de architect en/of de aanvrager van het plan. De adviseur architectuurhistorie van de Rijksdienst is vast agendalid van dit overleg. Vaak schuift ook de adviseur bouwkunde aan. Afhankelijk van de opgave is een adviseur erfgoed en ruimte, archeologie of een molendeskundige aanwezig. Ook is vaak het college van Gedeputeerde Staten vertegenwoordigd. Het is mogelijk om ook de gemeentelijke adviescommissie te vragen om aan te schuiven, zodat alle wettelijke adviseurs gelijktijdig kunnen afstemmen.
De ingebrachte plannen kunnen concrete bouwplannen zijn welke worden voorgedragen in een officiële aanvraag of procedure. Ook kan een gemeente voor een pre-advies (over latente bouwplannen in een vroeg stadium) om vooroverleg in het planoverleg verzoeken. Tijdens het planoverleg worden de plannen door vertegenwoordigers van de RCE en, indien buiten de bebouwde kom, de Provincie besproken. Dit biedt de gemeente grote voordelen omdat het leidt tot een bekorting van de doorlooptijd van de procedure en een effectieve afstemming van de verschillende adviezen.
Inbreng Rijksdienst in een planoverleg
De adviseur architectuurhistorie van de RCE gaat onder meer over:
- het verduidelijken van de opgave;
- de monumentale waarde en de kernkwaliteiten van een rijksmonument;
- belang van (aanvullend) cultuurhistorisch onderzoek;
- het zoeken naar een goed evenwicht tussen behoud en vernieuwing;
- het formuleren van uitgangspunten voor de ruimte voor verandering;
- inbrengen van inspiratiebronnen voor de opgave/vernieuwing;
- de kwaliteit van het herstel van monumentale onderdelen;
- de winst- en verliespunten vanuit het oogpunt van de monumentale waarde en eventuele alternatieve oplossingen en aanbevelingen voor een volgende stap.
Ook kunnen tijdens een overleg procesafspraken worden gemaakt over het betrekken van de wettelijke adviseurs in het vervolgtraject.
Advies na indienen aanvraag omgevingsvergunning
Als een plan in het overleg is besproken waarvoor de Ministeriële Adviesplicht of het Provinciale Adviesrecht geldt, dient het plan alsnog door de aanvrager naar de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed of Provincie te worden gestuurd. Stuur een adviesverzoek met de bijbehorende stukken bij voorkeur via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) of de Samenwerkingsruimte. Bij vragen over het DSO of de Samenwerkingsruimte kan de gemeente contact opnemen met Daan Mobach (d.mobach@cultureelerfgoed.nl).
Planoverleg
Het planoverleg vindt elke maand op woensdag plaats, waarbij de gemeente een initiatiefplan of concreet plan voor wijziging van een rijksmonument kan agenderen. Deelnemers kunnen plannen agenderen tot uiterlijk de dinsdag twee weken voorafgaand aan het planoverleg. Het Steunpunt regelt een vergaderruimte, bereidt het overleg voor, maakt verslag en treedt op als onpartijdig voorzitter. Het planoverleg begint om 9.30 uur en duurt tot uiterlijk 15.00 uur. De data van de planoverleggen worden aangekondigd in de vooraankondigingen die naar de gemeenten worden gestuurd.