Zorg om minder regels voor monumenten
Staatssecretaris Zijlstra (VVD) van OCW wil minder regels in de monumentenzorg. Uit onderzoek in opdracht van de Tweede Kamer blijkt echter dat de meeste gemeenten nog helemaal niet klaar zijn voor deregulering.
Volgende week woensdag buigt de Tweede Kamer zich over de modernisering van de monumentenzorg, die moet leiden tot minder en be tere regels. Een van de regels die wordt afgeschaft, als het aan staatssecretaris Zijlstra ligt, is de vergunningplicht voor ‘niet-monumentale onderdelen en interne wijzigingen’ en voor onderhoud van monumenten.
Bron: Binnenlands Bestuur
Door: René Didde
Voortaan mogen wijzigingen worden aangebracht zonder vergunning als materiaalsoort en kleur maar niet wijzigingen. Van verschillende kanten wordt de noodklok geluid over dit onderdeel van de modernisering van de monumentenwet. De vrees van onder meer de Federatie Welstand is dat eeuwenoude cultuurhistorische ensembles worden ingeruild voor een pittoresk plaatje, dat middeleeuws glas vervangen wordt door dubbel glas, of dat zonnepanelen een beschermd dorpsgezicht aantasten.
Bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) zegt beleidshoofd Leonard de Wit dat het zo’n vaart niet zal lopen. ‘Het vergunningsvrije deel zal alleen het onderhoud en niet-monumentale onderdelen bevatten’, zegt de Wit. ‘Het verwijderen van een monumentale haard en beeldbepalende zaken aan de buitenzijde blijven vergunningplichtig. Een dakkapel op de achterzijde van een monument verwijderen is echt onmogelijk, net als het vervangen van middeleeuws glas door dubbel glas’, zegt De Wit. ‘Als er sprake is van een te vervangen eikenhouten kozijn met detaillering, dan moet er een eikenhouten kozijn met dezelfde verschijningsvorm en detaillering terugkomen.’
De Wit geldt als een van de adviseurs achter de modernisering van de Monumentenwet (MoMo) die onder voormalig minister van Cultuur Plasterk is ingezet. ‘De regeldruk kan omlaag en de subsidieaanvraag eenvoudiger. Wie een rot kozijn wil vervangen of repareren, moet voortaan niet 26 weken op toestemming hoeven wachten, leges betalen en zijn voornemen in het plaatselijke sufferdje publiceren’, schetst De Wit. Veel van de voorstellen zijn bovendien niet meer dan het legitimeren van de al gangbare dagelijkse praktijk in de monumentenzorg, aldus De Wit. ‘Het weghalen van een keukentje, zachtboard of plastic schrootjes die in de jaren 70 van de vorige eeuw zijn aangebracht, werd al langer gedoogd. De verruiming van de wet codificeert de rekkelijken ten opzichte van de preciezen. Als we daardoor een beter imago verwerven onder monumenteigenaren valt de verruiming te billijken.’ De Rijksdienst noemt ook de verplichting om voortaan een analyse van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplan op te nemen, ‘pure winst’.
Contactmoment
Dat laatste spreekt de federatie van de 56 grote monumentensteden niet tegen. Voorzitter Karin Westerink maakt zich echter vooral zorgen om het ontbreken van kennis bij de eigenaren van monumenten. ‘Niemand is tegen het schrappen of vereenvoudigen van regels die niet werken’, zegt Westerink, in het dagelijks leven hoofd monumenten van de gemeente Amsterdam.
‘Maar je moet wel een soort servicemoment creëren waarbij een eigenaar kennis kan ophalen bij de gemeente. Want vaak weet hij helemaal niet of er sprake is van een eikenhouten kozijn of een waardevol interieur. En hij mag dan de schrootjes weghalen, maar wat moet hij doen met de originele muur die er achter te voorschijn komt?’, zo vraagt zij zich af. ‘En in veel panden kent eigenaar noch ambtenaar de status van het interieur. Daar komen we dus nooit meer binnen. Want de vergunning was hoe dan ook een contactmoment.’
Tegelijk met het voornemen tot verruiming van de regels werd een onderzoek bekend waarom de Tweede Kamer had gevraagd. Daaruit blijkt dat gemeenten nog niet klaar zijn om het nieuwe rijksbeleid uit te voeren en monumenteneigenaren adequate hulp te bieden. Westerink bepleit een overgangstermijn om de versoepeling goed te laten verlopen: ‘Zeker in deze tijd van bezuinigingen kunnen gemeenten de overgang naar het nieuwe beleid onvoldoende snel maken. Er zijn gemeenten met zo’n honderd monumenten waarbij een ambtenaar met een halve aanstelling het beleid moet uitvoeren.’
Ook maakt de federatie zich zorgen over de aantasting van het dakenlandschap met daarin de onverdroten opmars van onder meer airco’s, luchtbehandelingapparatuur en zonnepanelen. Westerink: ‘De kwaliteit van het stadsgezicht kan in het geding komen als deze voorstellen zonder overgangstermijn worden aangenomen.’