Voortgang evaluatie Malta (maart 2011)

Hoe effectief en doelmatig zijn de nieuwe Wet en Besluit op de archeologische monumentenzorg? Dit onderzoekt het onafhankelijke bureau RIGO Research en Advies, bijgestaan door een begeleidingscommissie uit het veld. Onderdeel van het onderzoek is het aftappen van kennis en ervaringen van alle betrokkenen. Eind dit jaar stuurt de Staatssecretaris de bevindingen naar het parlement.

Toezegging minister
In 2007, bij de invoering van de nieuwe wet, is aan de Tweede Kamer toegezegd in 2011 een evaluatie te presenteren van de effectiviteit en doelmatigheid van de nieuwe wetgeving. Het onderzoek is in handen van een onafhankelijk bureau.

Verantwoordelijkheid en uitvoering
De Directie Cultureel Erfgoed (OCW) is verantwoordelijk voor de evaluatie en voor de reactie van de Staatssecretaris, die straks samen naar de Tweede Kamer gaan. DCE werkt hierbij nauw samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Vanwege de onafhankelijkheid is het evaluatieonderzoek uitbesteed aan een extern bureau, RIGO Research en Advies.

Begeleidingscommissie
Er is een begeleidingscommissie ingesteld met vertegenwoordigers van de provincies, gemeenten, het Centraal College voor Deskundigen Archeologie, de Erfgoedinspectie en het ministerie van OCW. De commissie was betrokken bij de aanbesteding van het onderzoek en fungeert als klankbord voor het onderzoeksbureau.

Planning
Het onderzoek is in december 2010 gestart en nu in volle gang. In mei zal het onderzoeksbureau zijn bevindingen presenteren aan de begeleidingscommissie. In de zomer moet het eindrapport klaar zijn. Na het zomerreces van de Tweede Kamer presenteert de Staatssecretaris het rapport en zijn reactie daarop aan het parlement.

De centrale vraag van het evaluatieonderzoek is: leveren de Wet en het Besluit op de archeologische monumentenzorg (WAMZ en BAMZ) een effectieve en doelmatige bijdrage aan een betere bescherming van de archeologie, als bron van het gemeenschappelijk geheugen en onderwerp van geschiedkundige en wetenschappelijke stude?

Deelvragen
De hoofdvraag is uitgewerkt in deelvragen rond vier thema’s:



  • Archeologie en de praktijk van de ruimtelijke ordening
  • Financiering van archeologisch onderzoek
  • Archeologie en de markt
  • De (kennis)infrastructuur van de archeologie

Om daar een antwoord op te vinden voert het onderzoeksbureau een literatuurstudie en data-analyse uit en organiseert het bijeenkomsten met betrokkenen in het veld, interviews met stakeholders en een enquête onder alle archeologen.

Informatie uit het veld
Belangrijk voor het evaluatieonderzoek zijn de kennis en ervaring uit het veld, van de partijen die met archeologie te maken hebben. Zij worden op verschillende manieren geraadpleegd:



  •  Veldbijeenkomsten aan het begin van het onderzoek en bij de oplevering van het concept onderzoeksrapport. Een groep van 50 vertegenwoordigers uit het veld geeft zijn mening over de vraagstelling en de antwoorden.
  • Interviews over hoe gemeenten, provincies en bedrijfsleven omgaan met archeologisch erfgoed en de veranderingen in het krachtenveld.
  • Een expertmeeting over depots en amateurarcheologie.
  • Een online enquête onder alle archeologen om de archeologie als bedrijfstak in beeld te krijgen.