27 mei 2015
Overleg over gemeentelijke plannen tussen gemeenten en andere overheden in het kader van de Wro
Door: Marion Zijlema
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is sinds 1 juli 2008 van kracht. In de afgelopen periode heeft de VROM-inspectie gemerkt dat er rond een aantal zaken in de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onduidelijkheden zijn ontstaan over een juiste uitvoering. Daarom heeft zij op 26 mei jl. een brief gestuurd naar de Nederlandse gemeenten.
De onduidelijkheden betroffen met name:
- het overleg over de nationale belangen dat gemeenten moeten voeren met het rijk bij de voorbereiding van hun ruimtelijke plannen en besluiten.
- De melding van de gemeente aan het Rijk dat een ontwerpbestemmingsplan of een ontwerpprojectbesluit en daarna een vastgelegd plan of besluit ter inzage ligt.
- De mogelijkheid die de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Mlieubeheer (VROM) heeft om een reactieve aanwijzing te geven, onder meer als de gemeenteraad het plan of besluit gewijzigd vaststelt.
- De verzending van het vaststellingsbesluit.
- De betrokkenheid van het Rijk bij de voorbereiding van een gemeentelijke structuurvisie.
In de hier te downloaden brief wordt uiteengezet op welke wijze het Rijk aan deze onderwerpen invulling geeft.