Ook koster is blij met komst Schutterijmuseum

Het heeft meer dan drie jaar geduurd, maar het Limburgs Schutterij Museum heeeft na de brand in 2008 weer een onderkomen. „En gelukkig weer in Steyl.”. Hoe kan het dat een museum zo lang dakloos blijft?

Pas na ruim drie jaar zekerheid over onderkomen van het Limburgs Schutterij Museum


Bron: Dagblad de Limburger 
Door: Peter Janssen



Donderdag 10 april 2008 wordt hij om 6.30 uur uit bed gebeld. „Het museum staat in brand.” Een zwarte dag voor bestuursvoorzitter Henk Vossen en alle medewerkers van het museum. Zelfs een zwarte dag in de museumhistorie, meldt het boekje ‘In vuur en vlam’, dat na de brand wordt uitgegeven. De brand woedt in een deel van het monumentale kloostercomplex aan de St. Michaelstraat, waar ook het Missiemuseum en een rusthuis voor bejaarde paters gehuisvest zijn. Behalve een deel van het gebouw gaan ook museumstukken in vlammen op, zoals historisch zilver en oude drapeaus. Desondanks verklaart het bestuur kort na de brand het museum weer te willen opstarten en wel op dezelfde plek. De brand blijkt later aangestoken door een Tegelenaar. Hij is niet vervolgd omdat de rechtbank hem ontoerekeningsvatbaar acht.


Na lang hopen wordt de wens van het museum om in hetzelfde pand opnieuw te beginnen, de grond in geboord. De paters van Sankt Gregor, eigenaar van het complex, hebben andere plannen. Ze willen er een bezinningscentrum onderbrengen, iets dat volgens hen beter past bij de sfeer van het klooster. Daar is het schutterijmuseum woedend over. „Een dolksteek in onze rug”, reageert Vossen dan. Het bestuur voelt zich anderhalf jaar aan het lijntje gehouden.


En de collectie? Die is na de brand ondergebracht in een loods bij kasteel Holtmühle. Tientallen vrijwilligers werken aan herstel van de museumstukken. Een groot deel kan worden behouden, zij het dat vooral het zilverwerk nog zichtbare brandschade heeft. Een troost voor conservator LucWolters zijn de schenkingen en legaten die het museum de afgelopen drie jaar mocht ontvangen. De pijn zit hem vrijwel alleen nog in enkele onvervangbare unica, die verloren zijn.


Het schutterijmuseum heeft al enkele verhuizingen achter de rug. Het begint, na drie jaar collectioneren en beschrijven, in 1976 in Kasteel Hoensbroek. Na enkele strubbelingen wordt in 1989 besloten tot een verhuizing naar Stramproy. Door een brand besluit de gemeente tot sloop van het complex waar het museum zit. De verhuizing naar Steyl vindt plaats, nadat eerst in de Jochumhof de schutterijtentoonstelling ‘Koning, Keizer Bieleman’ is gehouden. Het bestuur van het museum is blij dat Steyl nu de vestigingsplaats blijft. De Rochuskerk is een mooie plek, vindt Henk Vossen. „Wij vinden dat er ook ruimte moet blijven voor de inwoners. En waarom zouden we niet gewoon weer elk jaar een grote kerstster plaatsen?”


Ook voor koster Jo Jacobs betekent de verhuizing een ‘eind goed, al goed’. Voor de 72-jarige Jacobs is het een enorme domper dat de kerk, twee jaar voor zijn 25-jarige jubileum, de deuren sluit. Maar hij blijft gewoon koster. Vossen: „Hij kan bij het museum aan de slag. We weten nog niet precies precies wat hij gaat doen, maar we blijven hem koster noemen. Dan kan hij straks gewoon zijn zilveren jubileum als koster vieren.