Onafhankelijk en deskundig

Niet alle gemeentelijke monumentencommissies zijn onafhankelijk en deskundig. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed biedt hulp. Samen met de gemeenten en de Federatie Welstand heeftde dienst een handreiking uitgebracht.

Handreiking voor gemeentelijke monumentencommissies

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Door: Aart de Vries



Per 1 januari 2009 is de Monumentenwet 1988 op een aantal onderdelen gewijzigd. Een daarvan is dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed niet langer verplicht is om gemeenten over alle vergunningaanvragen te adviseren. Alleen wanneer er sprake is van sloop, herbestemming, reconstructie of ingrijpende wijziging vraagt de gemeente de Rijksdienst om advies. Dat betekent dat de rol van de gemeentelijke monumentencommissie groter wordt. In het overgrote deel van alle plannen is zij het enige adviesorgaan van het college van burgemeester en wethouders.


Zorgwekkend rapport
De gewijzigde wet regelt ook dat alle gemeenten vanaf i januari 2009 een monumentenverordening en dus ook een monumentencommissie moeten hebben.
De grotere rol van deze commissie, maar ook het zorgwekkende rapport van de Erfgoedinspectie, Een goed advies is het halve werk: Onderzoek naar monumentencommissies, was aanleiding om in de wet te bepalen dat de commissie onafhankelijk en deskundig moet zijn.
Het inspectierapport meldt dat meer dan een derde van de commissies van mening is onvoldoende te zijn toegerust op de nieuwe situatie. De voornaamste reden is een gebrek aan geschikte adviseurs. Deskundigen zijn moeilijk te krijgen, onder andere door de te geringe vergoeding van gemeentezijde. In 25 procent van de commissies is de gemeentelijke portefeuillehouder monumentenzorg voorzitter van de commissie, al dan niet met stemrecht. Dat betekent dat de burgemeester of de wethouder zichzelf adviseert. Daarmee is de onafhankelijkheid van de commissie in het geding.
Dit zijn slechts enkele van een flink aantal conclusies uit het rapport, dat te vinden is op www.erfgoed-inspectie.nl.


Aanbevelingen
Bij de bespreking vorig jaar van de wijziging van de Monumentenwet heeft minister Plasterk de Eerste Kamer toegezegd met een handreiking voor gemeentelijke monumentencommissies te komen. De Rijksdienst heeft daarop samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Federatie Welstand een brochure samengesteld voor die gemeenten waar de eigen commissie niet optimaal functioneert. Daarin staan tal van aanbevelingen.
Zo is een commissie niet onafhankelijk als leden van het college, van de raad of ambtenaren lid zijn van de monumentencommissie in de eigen gemeente, al dan niet met stemrecht.
De deskundigheid is gewaarborgd als er minimaal kennis aanwezig is op het gebied van restauratietechniek, bouwhistorie, architectuurhistorie, landschap, stedenbouw, historische geografie en archeologie.


Afwegen
Die deskundigheid kan worden bevorderd door bestuurders of ambtenaren uit andere gemeenten aan te stellen of onderling uit te wisselen, door integratie van de welstands- en monumentencommissie ofdoor aansluiting te zoeken bij regionale of provinciale welstands- en monumentenorganisaties. De gemeente weegt de adviezen van commissie en Rijk en de belangen van de monumenteigenaar tegen elkaar af. Een gemeente die doorgaans de adviezen van de commissie negeert, handelt uitsluitend in het belang van de eigenaar. Een gemeente die alle adviezen zonder meer overneemt uitsluitend in het belang van het monument. Beide zijn onwenselijk. Meer aanbevelingen zijn te vinden in de handreiking.


Zie ook:
Handreiking voor gemeentelijke monumentencommissies
Een goed advies is het halve werk: Onderzoek naar monumentencommissies