Nieuwste regeling voor wegwerken restauratieachterstand: RRWR 2008
Bij de Najaarsnota 2006 heeft het kabinet 140 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het terugdringen van de restauratieachterstand in de monumentenzorg vóór eind 2010. Hiervan is € 113 miljoen euro beschikbaar voor de restauratiesubsidies op grond van artikel 43 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten. Na de recentelijke verdeling van € 88 miljoen via de Regeling rijkssubsidiëring wegwerken restauratieachterstand 2007 (Rrwr 2007), wordt de overige € 25 miljoen verdeeld via de Rrwr 2008.
Bron: Nieuwsbrief 5 RACM
Door: Ruben Abeling
Door de verdeling via twee regelingen, de Rrwr 2007 en de Rrwr 2008, komen respectievelijk de grootschalige en de kleinere restauratie aan bod en wordt de restauratieachterstand geleidelijk ingelopen, zonder piekbelasting bij de marktpartijen.
Omdat eigenaren van woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie niet voor subsidie in aanmerking komen, is van de beschikbare € 140 miljoen een bedrag van € 27 miljoen gestort in het zogenaamde Revolving Fund, ten behoeve van de verstrekking van laagrentende leningen door het Nationaal Restauratiefonds.
De Rrwr 2008 is net als de Rrwr 2007 deels gebaseerd op de conclusies uit een onderzoek van PRC Bouwcentrum naar de restauratieachterstand bij rijksmonumenten. Er wordt rekening gehouden met die soorten monumenten die volgens dit onderzoek een relatief grote restauratieachterstand hebben, zoals boerderijen en molens. Ook wordt er rekening gehouden met de specifieke problematiek van de nog te restaureren orgels in gerestaureerde monumenten.
Evenwichtig verdelen
Om de middelen zo doelmatig en tegelijk zo evenwichtig mogelijk te verdelen, zijn er zes groepen monumenten.
Evenwichtig verdelen
Om de middelen zo doelmatig en tegelijk zo evenwichtig mogelijk te verdelen, zijn er zes groepen monumenten vastgesteld, met elk een eigen subsidieplafond:
a. Monumenten met uitsluitend een orgelrestauratie, met subsidiabele kosten tussen € 100.000 en € 150.000 (subsidieplafond 2 miljoen);
b. Molens met subsidiabele kosten tussen € 100.000 en € 150.000 (subsidieplafond € 5 miljoen euro);
c. Boerderijen met een agrarische functie, met subsidiabele kosten tussen € 500.000 en € 1.000.000 (subsidieplafond € 3 miljoen);
d. Andere monumenten dan monumenten met uitsluitend een orgelrestauratie, molens of boerderijen met een agrarische functies, met subsidiabele kosten tussen € 500.000 en € 1.000.000 (subsidieplafond € 3 miljoen);
e. Andere monumenten dan monumenten met uitsluitend een orgelrestauratie, molens of boerderijen met een agrarische functie, met subsidiabele kosten tussen € 200.000 en €500.000, waarvoor Brrm 1997-subsidie is verleend voor uitsluitend plankosten (subsidieplafond nader vast te stellen d.m.v. restbudget Rrwr 2007 en groepen a t/m d uit Rrwr 2008);
f. Andere monumenten dan monumenten met uitsluitend een orgelrestauratie, molens of boerderijen met een agrarische functie, met subsidiabele kosten tussen € 1 miljoen en € 3 miljoen, waarvoor Brrm 1997-subsidie is verleend voor uitsluitend plankosten (subsidieplafond nader vast te stellen d.m.v. restbudget Rrwr 2007 en groepen a t/m d uit Rrwr 2008).
De categorie-indeling van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (Brim) is losgelaten om rekening te kunnen houden met de uitkomsten van voornoemd onderzoek. De subsidieplafonds dienen als sturingsinstrument en om te voorkomen dat bepaalde restauraties een onvenwichtig beslag leggen op het totale budget.
Bandbreedte
Er zijn drempel- en maximumbedragen aan subsidiabele kosten van het restauratieplan vastgesteld, binnen welke bandbreedte de totale subsidiabele kosten moeten vallen om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie. Alleen monumenten met een wezenlijke restauratieachterstand komen zo in aanmerking en tevens wordt het aantal aanvragen ingeperkt. Dat is nodig omdat het beschikbare bedrag te laag is om de restauratiebehoefte bij alle rijksmonumenten wet te werken.
De aanvrager kan op grond van deze drempel- en maximumbedragen, in combinatie met de Leidraad Brim subsidiabele instandhoudingskosten, een goede eerste inschatting maken of het zinvol is om te investeren in het laten opstellen van een restauratieplan. Zo wordt voorkomen dat monumenteigenaren investeren in een kansloze aanvraag.
Eind 2010 klaar
De doelstelling is om de restauratieachterstand voor 2001 zo veel mogelijk weg te werken en er tevens voor te zorgen dat er voor de instandhouding van gerestaureerde monumenten vervolgens een beroep op het reguliere Brim kan worden gedaan. Dit doel wordt niet gehaald als er subsidie wordt verleend aan monumenten waarvoor eind 2010 nog een vervolgrestauratie noodzakelijk is. Deelrestauraties komen dus alleen voor subsidie in aanmerking indien de restauratie hiermee wordt voltooid. De restauratie moet eind 2010 worden afgerond. Het gehele beschermde monument moet na afloop van de restauratie in een goede staat verkeren en zonder aanvullende restauratiewerkzaamheden in die staat gehouden kunnen worden.
Molens, orgels en ‘andere monumenten’
De gekozen bandbreedtes van drempel- en maximumbedragen aan subsidiabele kosten voor molens en orgelrestauraties dienen ter voorkoming van een piekbelasting bij de restauratiebedrijven. Bij orgelrestauraties wordt rekening gehouden met de functie: de gerestaureerde molen moet bedrijfsvaardig zijn. Bij de groep ‘andere monumenten’ met subsidiabele kosten tussen € 500.000 en € 1 miljoen wordt een regionale spreiding van restauraties beoogd: per provincie worden maximaal vijf aanvragen gehonoreerd. Behalve voornoemde groep ‘andere monumenten’ komen de groepen ‘andere monumenten’ uit de Rrwr 2007 wederom aan bod, maar alléén voor die monumenten waarvoor in het verleden uitsluitend voor het maken van een restauratieplan subsidie is verleend op grond van het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997 (Brrm 1997). De eigenaren van deze monumenten werden in de Rrwr 2007 namelijk onbedoeld van subsidie uitgesloten vanwege eerder verleende plankostensubsidie. Omdat een en ander niet was voorzien bij de in 2007 vastgestelde budgetverdeling, kon voor deze groepen monumenten nog geen budget worden vastgesteld. Wel is duidelijk dat hiervoor het grootste deel van het restbudget van de Rrwr 2007, alsmede alle restbudgetten van de Rrwr 2008 zullen worden aangewend.
Meerwerk en financieel dekkingsplan
Eind 2010 moeten alle restauratiewerkzaamheden zijn afgerond. Eventueel meerwerk komt echter niet voor subsidie in aanmerking en is voor risico van de subsidieontvanger. In het restauratieplan kan allen een post Onvoorzien worden opgenomen conform de Leidraad Brim subsidiabele instandhoudingskosten.
Het moet voldoende vaststaan dat alle restauratiewerkzaamheden aan het monument ook daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. Daarom is een financieel dekkingsplan kunnen worden gerealiseerd. Daarom is een financieel dekkingsplan vereist, dat betrekking heeft op de totale kosten van alle voorgenomen werkzaamheden, ook de niet-subsidiabele. In het plan dient de eigen bijdrage te worden gespecificeerd en dient te worden aangegeven of er sprake is van medefinanciers, en zo ja, welke dit zijn en voor welk bedrag of percentage een bijdrage wordt toegezegd.
Weigeringsgronden
Een belangrijke weigeringsgrond vloeit rechtstreeks voort uit het verschijnsel subsidieplafond: bij dreigende overschrijding daarvan wordt een aanvraag afgewezen. Naast andere algemene weigeringsgronden (geen verleende monumentenvergunning; deelrestauratie; toekomstige bestemming belemmering voor instandhouding) kent de Rrwr 2008 een aantal specifieke weigeringsgronden. Indien voor een monument uit de groep ‘andere monumenten’ met subsidiabele kosten tussen €500.000 en € 1 miljoen subsidie is verleend op grond van het Brrm 1997 voor meer dan € 100.000 wordt geen subsidie verleend op grond van de Rrwr 2008. Deze weigeringsgrond is noodzakelijk, omdat voor deze groep monumenten veel meer aanvragen worden verwacht dan het beschikbare budget toelaat. Daarom is het onvermijdelijk om keuzes te maken, waarbij vooraf de monumenteigenaren duidelijkheid wordt geboden omtrent hun kans op subsidie. Ten tweede is het gerechtvaardigd om nu deze monumenten in aanmerking te laten komen, nu ze er doorgaans slechter bij staan dan monumenten waarbij in de laatste jaren al een deelrestauratie van enige omvang heeft plaatsgevonden. Voorts moeten restauraties waarvoor subsidie is verleend op grond van een van de subsidieregelingen voor grootschalige restauraties afgerond kunnen worden met de reeds verleende subsidie.
Selectie
Het is op voorhand niet uitgesloten dat het financiële beslag dat met de in aanmerking komende aanvragen is gemoeid een of meer subsidieplafonds overstijgt. In dat geval wordt er een selectie aangebracht ten aanzien van de ingediende aanvragen. Net als in de Rrwr 2007 komen over het algemeen de restauratieplannen met de laagste subsidiabele kosten eerst aan bod.
Aanvragen
Per beschermd monument (per monumentnummer) kan één aanvraag worden ingediend. Het aanvraagformulier is verkrijgbaar via info@cultureelerfgoed.nl. Bij de aanvraag moeten diverse bescheiden worden gevoegd, waaronder een afschrift van de verleende monumentenvergunning.
Aanvragen voor monumenten met uitsluitend een orgelrestauratie, molens of boederijen met een agrarische functie moeten worden ingediend voor 1 november 2008;
Aanvragen voor ‘andere monumenten’ voor 1 december 2008.
Op alle aanvragen wordt voor 1 juni 2009 beslist, gelijktijdig per groep monumenten.