Nieuwe restauratieregeling rijksmonumenten (2010-2011)

Bron: www.molens.nl


In 2010 en 2011 is er twee maal € 23 miljoen extra beschikbaar voor monumentenzorg. De criteria voor de verdeling van deze gelden zijn reeds aangekondigd in de brief van de minister van OCW, d.d. 9 februari 2010 aan de Tweede Kamer. De regeling is gebaseerd op artikel 43 van het Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten (BRIM). Op 29 juni 2010 is de Restauratieregeling 2010 en 2011 met de bijbehorende aanvraagprocedure gepubliceerd in de Staatscourant.

Budget voor aangewezen organisaties voor monumentenbehoud
Sinds 1 januari 2010 is de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor rijksmonumenten afgeschaft. Uit onderzoek bleek dat inzet van een subsidieregeling veel doelmatiger is dan een generiek vrijstelling van overdrachtsbelasting.
Het nadelig effect van het afschaffen van de vrijstelling voor de monumentensector is becijferd op € 23 miljoen. Dit is nu het bedrag dat ter compensatie jaarlijks aan de begroting van het Ministerie van OCW wordt toegevoegd voor de restauratie van rijksmonumenten.

De beoogde doelgroep van de vrijstelling zijn de (ideële) professionele instellingen voor de instandhouding van monumenten.
Op 1 januari 2010 waren er twintig instellingen door de minister aangewezen organisaties voor monumentenbehoud. Iedere organisatie heeft een eigen subsidieplafond dat mede is bepaald op basis van een lijst met restauratieprojecten die door de gezamenlijke organisaties in onderling overleg zijn aangedragen. Om te zorgen dat iedere organisatie mimimaal één project geheel kan uitvoeren is onderling afgesproken dat het maximum subsidiebedrag € 1.650.000 per organisatie bedraagt.


Het gaat om de volgende in Limburg werkzaam zijnde organisaties met bijbehorende subsidieplafonds (voor de volledige lijst zie: de Restauratieregeling 2010 en 2011:



  1. Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van industrieel erfgoed B.V.: € 1.649.000;
  2. Vereniging Hendrick de Keyser: € 1.649.000; en
  3. Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland: € 1.340.000. 

In 2010 en 2011 wordt per jaar € 8 miljoen gereserveerd voor restauraties van rijksmonumenten in het bezit van de aangewezen organisaties. Interessant detail is dat voor deze organisaties ook de werkzaamheden subsidiabel zijn die reeds in 2010 zijn uitgevoerd. Verder hoeven bij een aanvraag op het formulier slechts het monumentnummer, de adresgegevens van het rijksmonument en een raming van de subsidiabele kosten te worden vermeld.

Budget voor herbestemming en grootschalige restauraties
Naast de bovengenoemde twee maal € 8 miljoen is extra geld beschikbaar voor herbestemming en grote restauratieprojecten. Het betreft twee maal € 15 miljoen, voor de jaren 2010 en 2011.


Dit geld is bestemd voor restauraties van rijksmonumenten:



  1. die een nieuwe functie krijgen of waarvan de functie na een periode van leegstand wordt hersteld en waarvan de subsidiabele kosten volgens de Leidraad Subsidiabele Instandhoudingskosten BRIM 2010 ten minste € 500.000 bedragen;
  2. waarbij de functie niet verandert met een restauratiebehoefte waarbij de subsidiabele kosten hoger zijn dan € 2 miljoen.
    Indien de subsidiabele kosten hoger zijn dan € 5 miljoen stelt de minister deze kosten vast op ten hoogste € 5 miljoen en wordt er feitelijk een deelrestauratie gesubsidieerd.

De volgende punten zijn van belang:



  • Subsidie wordt niet verleend voor zover in de subsidiabele kosten subsidie is verstrekt op grond van een andere rijkssubsidieregeling.
  • In eerste instantie worden maximaal vier subsidieaanvragen per provincie gehonoreerd; indien na 30 april 2011 budget resteert kunnen wellicht meer dan vier projecten in een provincie worden gehonoreerd.
  • Aanvragen worden op datum van binnenkomst behandeld en bij overschrijding van het subsidieplafond en/of de provinciale spreiding, vervolgens geprioriteerd waarbij de aanvraag met de laagste subsidiabele kosten voorrang krijgt.
  • De subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten.
  • De restauratie dient uiterlijk 31 december 2011 te starten.
  • Na afloop van de restauratie dient een verantwoording te worden ingediend, bestaande uit een prestatieverklaring en een financieel verslag.
  • De regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2010. Als een aanvraag vóór 1 oktober 2010 wordt ingediend, wordt deze geacht te zijn ontvangen op 1 oktober 2010.
  • Aanvragen kunnen tot en met 30 april 2011 worden ingediend.
  • De minister beslist binnen 13 weken op een aanvraag.

De aanvraag moet in ieder geval de volgende documenten bevatten:



  • aanvraagformulier;
  • restauratieplan;
  • actueel inspectierapport;
  • actuele begroting, uitgesplitst in hoeveelheden, manuren, materialen, stelposten en onderaannemers;
  • in geval van herbestemming: bouwhistorische verkenning (bouwhistorische opname op hoofdlijnen, ook wel ‘quick scan’ genoemd).

Opvallend hierbij is dat een verleende vergunning niet geldt als indieningsvereiste. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat het aanvragen van een vergunning voor de uitvoering van de werkzaamheden vanzelfsprekend is, evenals het wachten met de start van de werkzaamheden totdat de vergunning is verleend.

Na 2011
Het huidige subsidiesysteem is gebaseerd op de ondersteuning van de fysieke instandhouding ervan. Na 2011 zal met de Modernisering Monumentenzorg een andere manier van subsidieverdeling zijn vereist.


Monumenten hebben een veel bredere functie dan alleen hun intrinsieke waarde als gebouwen uit het verleden. Ze spelen een rol bij de kwaliteit van de ruimte, zijn ijkpunten tegen de verrommeling en verbinden mensen met elkaar en met hun verleden. Die andere rol van monumenten is tot dusver niet maatgevend geweest bij het toekennen van subsidie. Het huidige subsidiesysteem is gebaseerd op de subsidiëring van de fysieke instandhouding van monumenten. In de moderne monumentenzorg zijn monument en zijn omgeving verbonden.

Die bredere rol eist een andere manier om subsidie te verdelen; een methode die ook ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke factoren meeweegt. De te steunen projecten kunnen een herbestemmingsopgave zijn, of projecten betreffen die in gebieden uit de rijksstructuurvisie liggen. Maar ook de ’traditionele’ restauraties blijven in beeld. Bij restauratiesubsidies na 2011 zal de maatschappelijke spin off van de restauraties betrokken worden bij de toekenning van subsidies.


De beoordeling wordt verbreedt met criteria die deze factoren in kaart kunnen brengen. Deze criteria zullen de komende tijd, samen met bestuurlijke partners en het veld, zoals de Federatie Instandhouding Monumenten, worden ontwikkeld. 

Meer informatie