Monitor Erfgoedinspectie. Staat van de naleving 2011-2012

Onderzoeksrapport


Bron: www.erfgoedinspectie.nl

Omschrijving
De Monitor Erfgoedinspectie. De staat van de naleving 2011-2012 is verschenen. Hierin staan de belangrijkste uitkomsten van het monitoronderzoek 2011-2012. De monitor wordt tweejaarlijks uitgevoerd, zie voor eerdere resultaten de Monitor 2009-2010.


Lees hier verder


Samenvatting monitor archeologie en monumentenzorg


Monitor Archeologie



  • Niet alle vergunninghouders gaan altijd overeenkomstig de vergunningvoorschriften te werk. Vooral de tijdige overdracht van vondsten, documentatie en rapporten levert problemen op.
  • Tot nu toe wordt nog zeer beperkt gebruik gemaakt van de mogelijkheden tot certificering voor één of meer processen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Bovendien bestaan er misverstanden over wat certificering op grond van de KNA inhoudt. De interne kwaliteitszorg daarentegen is bij de meeste organisaties op onderdelen goed.
  • Het overgrote deel van de gemeenten houdt rekening met archeologie in bestemmingsplannen. Ook de uitwerking in vergunningvoorschriften gebeurt op grote schaal.
  • Over de gehele linie is te zien dat gemeenten meer aandacht besteden aan de kwaliteit van de uitvoering van archeologie dan twee jaar geleden. Er worden vaker kwaliteitseisen gesteld aan archeologische werkzaamheden, vaker programma’s van eisen goedgekeurd en er zijn meer gemeenten die toezicht houden op archeologische werkzaamheden. Aandachtspunt is dat het goedkeuren of opstellen van een programma van eisen niet altijd door een senior KNA archeoloog gedaan wordt.
  • De tevredenheid over de hoeveelheid personeel is bij gemeenten verdeeld. De hoeveelheid beschikbaar personeel voor archeologie binnen een gemeente blijkt een duidelijke indicator te zijn voor de mate waarin een gemeente actief is. Gemeenten met meer dan 0,5  fte voeren vaker een actief beleid en zijn ook actiever in het toezicht. Het aantal gemeenten met meer dan 0,5 fte is beperkt tot 16%.

Monitor Monumentenzorg



  • Hoewel er de afgelopen jaren veel wijzigingen opgetreden zijn op het gebied van de monumentenzorg, blijkt dat maar 33% van de gemeenten beschikt over actueel beleid voor gebouwde rijksmonumenten en 41% dat heeft voor beschermde stads- en dorpsgezichten.
  • Ruim tweederde van de gemeenten (69%) beschikt over een gemeentelijke structuurvisie, waarvan 77% aangeeft daarin aandacht te besteden aan cultuurhistorie dan wel cultureel erfgoed.
  • Slechts 7% van de gemeenten beschikt over een leegstandsregister. De helft daarvan houdt in dat register ook de leegstaande rijksmonumenten bij.
  • Kennis blijkt de achilleshiel te zijn van de monumentenzorg bij gemeenten. Met name bij de kleine monumentengemeenten, maar ook bij een paar grote monumentengemeenten is er onvoldoende kennis aanwezig. Wel winnen gemeenten regelmatig kennis in bij een provinciaal steunpunt monumentenzorg, maar kennis delen tussen gemeenten onderling komt vrijwel niet voor.
  • De meerderheid van de gemeenten (68%) maakt bij elke ingreep van belang aan een rijksmonument de afweging of bouwhistorisch onderzoek nodig is, 18% van de gemeenten maakt die afweging niet. Slechts 28% van de gemeenten geeft aan dat het bouwhistorisch onderzoek (bijna) altijd of vaak wordt uitgevoerd; bij 23% van de gemeenten wordt het bouwhistorisch onderzoek zelden of nooit daadwerkelijk uitgevoerd.
  • Vrijwel alle gemeenten laten zich adviseren door een onafhankelijke adviescommissie, die beschikt over minimaal twee leden met deskundigheid op het gebied van monumentenzorg. Bij 92% van de gemeenten is de voorzitter van de commissie onafhankelijk. De stijging die in 2009 is ingezet, heeft zich voortgezet in 2011. Daar staat tegenover dat nog 24% van de gemeenten de onafhankelijkheid van de leden niet heeft vastgelegd.
  • Iets meer dan de helft van de gemeenten voldoet aan de wettelijke plicht om de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed op de hoogte te stellen van ieder ontwerp- en definitief besluit aangaande een rijksmonument.
  • Het gros van de gemeenten geeft aan dat het toezicht houdt op het conform de omgevingsvergunning verlopen van restauraties of wijzigingen. De intensiteit van het toezicht loopt wel uiteen. De toezichthouder beschikt vaak over deskundigheid op het gebied van generieke bouwtechnieken, maar minder vaak over deskundigheid op het gebied van restauratietechniek en ruimtelijke ordening.
  • Slechts een beperkt deel van de gemeenten (10%) heeft een kwaliteitszorgsysteem ingevoerd. Gemeenten zijn wel actief in het toetsen van kwaliteit van hun taakuitvoering. De kwaliteitsbewaking richt zich vooral op de monitoring van de wettelijke termijnen van de omgevingsvergunning (88%). Het ontwikkelen van draagvlak voor de monumentenzorg, door bijvoorbeeld geïnteresseerden te betrekken bij nieuwe beleidsontwikkelingen, komt bij de helft van de gemeenten voor. Ook zijn de taken en bevoegdheden op het gebied van monumenten doorgaans belegd binnen gemeenten.
  • Meer dan de helft van de gemeenten vindt dat ze niet over voldoende personeel beschikt om hun gemeentelijke taken op het gebied van de monumentenzorg uit te voeren. Ruim 43% van de gemeenten heeft de afgelopen twee jaar bezuinigd op monumentenzorg.