Meer houvast op de steiger

Veel eigenaren van een monument krijgen slechts een enkele keer te maken met grootschalig onderhoud of een restauratie. Voor de meesten van hen is het daarom lastig te weten welke kwaliteitseisen zij aan de werkzaamheden moeten stellen. Gelukkig wordt daar iets aan gedaan.

De kwaliteit van restauraties


Bron: Tijdschrift Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / 4 / herfst 2010
Door: Michiel van Hunen



Het kan moeilijk zijn om een goede vakman te vinden waar je op durft te vertrouwen. Het valt immers niet mee om op voorhand het werk van een handige, welwillende klusjesman te onderscheiden van dat van een ervaren vakman met kennis van zaken. Iedereen in de monumentensector weet wat er mis kan gaan als een gevelreiniger ‘van om de hoek’ even een pandje opfrist. Niet alleen de eigenaar van een monument kan baat hebben bij meer duidelijkheid over de kwaliteitseisen aan restauratiewerkzaamheden en uitvoerende bedrijven. Ook de mensen die werkzaam zijn in de monumentenzorg blijken behoefte te hebben aan meer houvast bij de uitvoering van onderhoud en restauratiewerk.


In het restauratieproces verschuiven er steeds meer verantwoordelijkheden van het Rijk richting gemeentelijke overheid en de private sector. Branches binnen de restauratiesector spelen daar goed op in en nemen steeds vaker het initiatief om de kwaliteitseisen voor hun werkzaamheden op papier te zetten. Zo maken zij voor de eigenaar van een monument helder en controleerbaar wat ze precies leveren, hoe ze het uitvoeren, waar hun product aan voldoet. Binnen een aantal branches verenigen zich bedrijven die nog een stap verder gaan. Met een erkenningsregeling tonen zij aan dat hun werk daadwerkelijk voldoet aan hun kwaliteitseisen.


Keurmerken
Zo zijn voor een dakbedekking van natuurstenen leien uitvoeringsrichtlijnen ontwikkeld. In zo’n richtlijn staat bijvoorbeeld hoeveel de leien elkaar bij een bepaalde dakhelling moeten overlappen om lekkage te voorkomen, dat leien soms op dikte moeten worden gesorteerd en met hoeveel nagels of haken de leien moeten worden vastgezet. Gespecialiseerde leidekkers kunnen met hun KOMO-procescertificaat laten zien dat ze leien aanbrengen volgens zo’n uitvoeringsrichtlijn. Die bedrijven worden door een onafhankelijke partij steekproefsgewijs gecontroleerd of ze zich wel aan de richtlijn houden. Maar ook een opdrachtgever met verstand van zaken, een restauratiearchitect of een gemeentelijke monumentenzorger kan met de richtlijn in de hand tijdens de werkzaamheden controleren of de leien goed worden aangebracht.


Restauratiebedrijven nemen op die manier hun verantwoordelijkheid bij het zo goed mogelijk in stand houden van cultureel erfgoed. Goede bedrijven worden door keurmerken en certificaten beter herkenbaar, waardoor eigenaren van monumenten en opdrachtgevers beter in staat zijn te kiezen voor een goede kwaliteit van de uitvoering.


Deze mooie initiatieven en de verschuiving van verantwoordelijkheden vragen om een verdere verbetering en uitbreiding van het systeem waarmee de kwaliteit wordt gewaarborgd. Op dit moment is dat systeem nog niet compleet. Nog niet voor elk type werkzaamheden staan er uitvoeringseisen op papier. Of die informatie is voor eigenaren en architecten slecht te vinden. Bovendien moet het aanbod van werkzaamheden die aan duidelijk omschreven kwaliteitseisen voldoen verder toenemen om de kwaliteit in de gehele restauratieketen te verbeteren. Ook is het essentieel dat alle eigenaars de gekwalificeerde bedrijven weten te vinden.


Modernisering van de monumentenzorg
De rijksoverheid wil dat het proces waarin monumenten worden gerestaureerd op een aantal belangrijke punten verbetert. De vernieuwde koers staat beschreven in de Beleidsbrief modernisering monumentenzorg van eind vorig jaar. Het ontwikkelen van kwaliteitsnormen voor de uitvoering van restauraties is een van de onderdelen van de modernisering. De beleidsbrief zegt daarover: ‘Kwaliteitsnormen zijn het sleutelwoord. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zal de restauratiesector bijstaan in het uitwerken van normen en het communiceren ervan, opdat het werk aan monumenten op een goede manier zal worden verricht. In opdrachten, vergunningen en subsidies van rijkswege zal naar deze normen
verwezen worden.’ ‘Ik (lees: de minister van Cultuur) roep de gemeenten op dat ook te doen. Op deze wijze kan de ontwikkeling van een professioneel stelsel van normen van aannemers en architecten worden gestimuleerd.’


De beleidsbrief benadrukt ook het belang van goed gekwalificeerde bedrijven en vakmensen: ‘Een verkeerde toepassing van materialen, het verkeerd schoonmaken van gevels, slecht timmerwerk, verkeerde dakpannen: het kan allemaal leiden tot een bouwtechnische of esthetische aantasting van het monument. Een omgevingsvergunning kan nog zo zorgvuldig zijn afgegeven, het blijft papier. Bij de uitvoering van het werk gaat het vooral om de kwaliteit van het bouwbedrijf en van de individuele werknemers.’ Op basis van kwaliteitsnormen kunnen bedrijven zich laten erkennen. Daarbij zijn vele varianten mogelijk. Zo zijn er erkenningsregelingen waarbij de branche zelf de kwaliteit van een bedrijf of persoon controleert en regelingen waarbij een certificerende instelling een certificaat verstrekt. De beleidsbrief stelt echter: ‘Certificatie wordt niet verplicht gesteld. De aanpak moet een stimulans zijn voor monumenteneigenaren om met vakbekwame mensen te werken, maar geen keurslijf worden.’


De gemeente
Voordat de eigenaar van een monument op zoek gaat naar een goede vakman moet hij zijn plannen afstemmen met de gemeente. Daar kan hij advies inwinnen en laten beoordelen of de voorgenomen werkzaamheden een vergunning vereisen. De gemeentelijke monumentenzorger en monumentencommissie beoordelen of en hoe de werkzaamheden de cultuurhistorische waarden van het monument zullen beïnvloeden. Zij stellen er daarom voorwaarden aan. Gemeenten helpen eigenaars op weg met advies en verwijzen indien nodig door naar adviseurs, onderzoekers of een gespecialiseerde branchevereniging.


Het beoordelen van plannen is vaak een complexe taak, omdat er veel verschillende aspecten en belangen moeten worden beoordeeld en meegewogen. Het vraagt zowel brede als specialistische kennis. Bovendien moet een gemeente er op toezien dat de uitvoering voldoet aan hetgeen is afgesproken of in de vergunning staat. Steeds meer gemeentes houden grip op de kwaliteit door aan de omgevingsvergunning die zij verlenen uitvoeringsvoorschriften te koppelen.


De voorschriften geven de eigenaar duidelijkheid en beschermen het monument tegen schadelijke ingrepen. Er kan bijvoorbeeld in staan dat slechte stootvoegen niet mogen worden uitgeslepen met een slijptol, dat de gevel niet waterafstotend mag worden gemaakt of dat naden tussen houten kozijnen en metselwerk niet mogen worden afgedicht met purschuim. De exacte invulling van de set voorschriften verschilt van gemeente tot gemeente.


De Federatie Grote Monumentengemeenten heeft al een eerste stap gezet om die voorschriften beter op elkaar af te stemmen. Daarnaast kunnen ook andere partijen die mogelijk bij het restauratieproces betrokken zijn, zoals de provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, aanvullende uitvoeringseisen hebben.


Voorschriften
Uitvoeringsvoorschriften bewijzen hun nut. Toch zijn er in de huidige praktijk verbeteringen mogelijk. Veel voorschriften
geven duidelijkheid over wat niet is toegestaan, maar niet over een wenselijk alternatief. Tegenstrijdige of starre eisen leiden tot verwarring en onbegrip. Bedrijven kunnen niet altijd uit de voeten met de eisen, waardoor de eigenaar tussen twee vuren komt te staan. De partijen vinden opnieuw het wiel uit en profiteren niet van elkaars deskundigheid.


Veel specialistische werkzaamheden zijn moeilijk te vangen in korte en daardoor starre of weinig genuanceerde voorschriften. De voorschriften worden dan mogelijk niet gerespecteerd, terwijl hun doel wel wordt begrepen en gedragen. Als voorbeeld het reinigen van gevels. Veel gemeentelijke voorschriften verbieden straaltechnieken. We weten allemaal waarom. Bij menig monument wordt de bakstenen of natuurstenen gevel volkomen ruw gestraald of gaat de fijne detaillering voorgoed verloren. Toch zijn er bepaalde straaltechnieken waarmee bij een zorgvuldige uitvoering een gevel verantwoord kan worden gereinigd. Die technieken worden ook toegepast bij monumenten.


De waarde en het nut van een uitvoeringsvoorschrift, kwaliteitsnorm of uitvoeringsrichtlijn – of hoe we het ook noemen – worden bepaald door de praktische uitvoerbaarheid en het draagvlak. Om die reden is het efficiënt om uitvoeringsrichtlijnen op te laten stellen door de branche in samenspraak met opdrachtgevers, monumentenzorgers en andere betrokkenen. We hebben het over richtlijnen die gaan over de uitvoeringstechniek van veel voorkomende werkzaamheden. Een complete set van dergelijke uitvoeringsvoorschriften zorgt voor een basis. Monumentenzorgers en architecten kunnen zich vervolgens richten op monumentspecifieke zaken.


Ondersteuning
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ondersteunt de monumentensector dus bij het realiseren van een samenhangend systeem van kwaliteitseisen, voldoende aanbod van gekwalificeerde bedrijven en het op niveau brengen van de vraag naar
kwaliteit. De dienst heeft het initiatief genomen om activiteiten binnen branches en nieuwe processen te bundelen, om zo ontwikkelingen naadloos op elkaar te laten aansluiten. Dit is een belangrijke schakel in de verbetering van de kwaliteit van de uitvoering van onderhoud en restauratie.


Zo helpt de dienst het Nederlands Gilde van Kunstsmeden om bedrijven te stimuleren zich te laten erkennen op basis van een in 2009 door het gilde ontwikkelde regeling. Inmiddels kan een tiental bedrijven het certificaat NGK Erkende Smederij tonen en nog een tiental bijna. Een ander voorbeeld is de ondersteuning van de recent opgerichte Branchevereniging Adviesbureaus Monumentenzorg bij invoering van haar erkenningsregeling. Opdrachtgevers die meer zekerheid willen over de kwaliteit van advisering kunnen straks terecht bij een erkende adviseur. Om de monumentensector verder te ondersteunen heeft de Rijksdienst twee informatieve inventarisaties opgesteld. Allereerst één over de juridische mogelijkheden om kwaliteitseisen te koppelen aan een subsidiebeschikking, vergunning of verordening. Ten tweede één over de verschillende vormen van erkenning en certificering.


Onafhankelijke organisatie
Ook werkt de dienst mee aan het opzetten van een onafhankelijke organisatie die erkenningsregelingen en kwaliteitsrichtlijnen beheert en garant staat voor de kwaliteit ervan. In die organisatie moeten de belanghebbenden in het monumentenveld breed vertegenwoordigd zijn. Momenteel verkennen we de mogelijkheid om de Stichting Erkenningsregelingen Restauratie en Monumentenbehoud hierin om te vormen. Deze stichting is in 2000 opgericht en opereert tot nog toe vooral op de achtergrond. Zij beheert momenteel vier regelingen: van de Vakgroep Restauratie, van de Vereniging Timmerwerk Restauratie, van de Vereniging van Architecten Werkzaam in de Restauratie en van de Vereniging Restauratie Steenhouwers.


De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nodigt andere instanties, zoals grote opdrachtgevers in de restauratie, aangewezen monumentenorganisaties en gemeentes, uit om mee te helpen aan het verbeteren van de restauratiekwaliteit. De Federatie Grote Monumentengemeenten heeft al toegezegd een rol te willen spelen. De kwaliteit van restauraties is tenslotte een zaak van de gehele monumentensector.


Michiel van Hunen is senior onderzoeker instandhoudingstechnologie en programmaleider Restauratiekwaliteit bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, m.van.hunen@cultureelerfgoed.nl. Zie voor meer informatie en beide genoemde inventarisaties www.cultureelerfgoed.nl/restauratiekwaliteit. Wij nodige ook anderen uit om informatie op dit
terrein via deze site te ontsluiten. Zie ook
www.stichtingerm.nl.