Het complete verhaal wordt in Venlo verteld

Nog nooit werd in Limburg een verhaal over de ontwikkeling van een gebied zo compleet verteld aan de hand van archeologische vondsten als in Venlo. Gedaan tijdens de opgravingen aan de Maasboulevard. 1500 voorwerpen werden deze week geselecteerd en beoordeeld door experts. Over schatten en verhalen die verteld moeten worden.

Bron: Dagblad de Limburger
Door: Harry Lücker



Het is een soort van pakjesavond, zo beschrijven de aanwezige archeologen het. Deze vier experts op het gebied van metaal, buigen zich in Restaura, een restauratiewerkplaats voor archeologie en historie in Haelen, over zo’n 1500 voorwerpen die tijdens de opgravingen (2002-2005) bij de Venlose Maasboulevard aan de oppervlakte kwamen. Tijdens deze pakjesavond die overigens gewoon ‘s middags wordt gehouden, bepalen zij wat interessant is voor de grote tentoonstelling die in oktober in het Limburgs Museum wordt geopend. Maar ook welke voorwerpen gerestaureerd moeten worden.


Dat is nog een arbeidsintensief werkje, want laat 1500 voorwerpen maar eens beoordelen door verschillende experts. Wanneer een bak met vondsten op tafel komt, storten de archeologen zich op de voorwerpen. Alles wordt aangeraakt, bekeken. Er is discussie. Twaalfde eeuw, of toch begin dertiende?


En waar diende het voorwerp dan voor? Er wordt een zakje met bronzen resten geopend. „Dit wijst op de aanwezigheid van een bronsgieter in de stad”, weet de Venlose stadsarcheoloog Maarten Dolmans. Maar is dat wel zo? „Dit kan ook heel goed afkomstig zijn uit een huis dat is afgebrand”, meent Sebastiaan Ostkamp, archeoloog van het Archeologisch Diensten Centrum „Dat lijkt me niet want dan had het brons een andere vorm gehad. Dit wijst op afval van een bronsgieter, bij een brand wordt het niet zó heet dat het brons dergelijke vormen aanneemt”, meent Dolmans. En daar zou hij best wel eens gelijk in kunnen hebben, is de slotsom van de discussie.


Zo gaat het door. Naast de oorsprong van het voorwerp is het vooral de vraag of de vondst (waar nodig) gerestaureerd moet worden. Neem nu de tinnen pispot. Afkomstig uit de vijftiende of zestiende eeuw. Maar wel bijna zo plat als een dubbeltje. Recent plat, zo luidt het oordeel. Het werk van een graafmachine waarvan de bestuurder niet meteen in de gaten had dat er een archeologische vondst voor de rupsbanden lag. Restaureren of niet? De heren zijn het erover eens dat de pot absoluut in de collectie moet. Maar moet het ook teruggevouwen worden? Nee, luidt het antwoord. Ook een gevouwen pot is van waarde. Bovendien geeft het mooi aan wat met vondsten kan gebeuren.


En dan is er nog een derde vraag waarop antwoord moet komen. Is het voorwerp geschikt voor de collectie van het museum. Oftewel, vertelt het voorwerp een verhaal over de samenleving van die tijd? „Kijk”, zegt Allard van Helbergen van het Archeologische Diensten Centrum. Uit de nieuwe bak die op tafel komt, pakt hij een kleine metalen fallus. „Grappig hè? Afkomstig uit de dertiende eeuw”, verklaart de archeoloog „Deze hangertjes werden gebruikt als een soort van verkleedspullen.
Vergelijk het met een T-shirt waar de beeltenis van borsten opstaat zoals nu weleens wordt gedragen met carnaval.” Dat is een verhaal en dus krijgt de fallus een geel plakbriefje. Daarmee heeft het voorwerp een plek in de collectie gekregen. Dat geldt ook voor het miniatuur van een zwaardschede. „Een voorwerp dat in de zeventiende eeuw vaak als cadeau werd gegeven of een prijs was bij loterijen”, zegt Dolmans.


Maar niet alle voorwerpen in de collectie vertellen een verhaal. „Want een archeoloog vindt schatten, zo is de gedachte van veel mensen. En wanneer mensen een tentoonstelling van archeologische vondsten komen bekijken, moeten ze ook het gevoel krijgen dat er schatten zijn”, zegt Ostkamp. Dus komt er ook een geel briefje bij de gouden munt. Daarmee wordt ook de ekster in de mens op zijn wenken bediend, zoals directeur van het Limburg Museum Jos Schatorjé het noemt.


„Die ekster vindt de gouden munt mooi. Maar wie zijn hersens gebruikt, heeft veel meer aan een bak met gebogen spijkers. Die vertellen het verhaal over de ontwikkeling van een samenleving. Over de aanwezigheid van een scheepswerf in Venlo. Of de hoefijzers die werden gemaakt. Niet voor paarden, maar om de kostbare grondstof ijzer veilig te stellen. Die werden later weer omgesmolten en verwerkt. Een soort cradle to cradle dus. En dat al in de dertiende eeuw”, zegt Schatorjé.


De ontwikkeling van een samenleving is in Limburg nog nooit zo compleet verteld met archeologische vondsten als straks in Venlo. „De waarde van deze collectie wordt niet bepaald door enkele topvondsten, maar door de hoeveelheid. In West-Europa zijn niet zoveel steden die zo’n uitgebreide verzameling van vooral metalen voorwerpen hebben”, zegt Erik Verhelst senior-archeoloog aan de Raad Archeologisch Advies. Van Helbergen: „Dit geeft een totaalbeeld van de ontwikkeling van de Venlose samenleving van Caesar tot Napoleon.”


Dat betekent niet dat de collectie geen pronkstukken kent. Zo is er een deel van een harnas van een paard gevonden met daarop de beeltenis van een leeuw met lelies. Uit de dertiende eeuw. Het kan zomaar afkomstig zijn van de Graaf van Gelre. „Kan, inderdaad. Maar met zekerheid is dat niet te zeggen. Het is in ieder geval duidelijk dat er één of andere chique meneer in Venlo heeft rondgereden en deze vondst kan een hanger zijn die aan het schild van een paard heeft gehangen. Eén ding is zeker, een eenvoudige boer had zoiets niet”, zegt Verhelst.


Het Limburgs Museum is maar wat blij met de aanwinsten. „Hiermee plaatsen we ons in de eredivisie van musea in Nederland. En als het gaat om oudheid zelfs in het linkerrijtje van die eredivisie”, zegt Schatorjé. „Archeologie was jarenlang aan het Bonnefantenmuseum voorbehouden, maar dat museum richtte zich ook op andere zaken. De archeologie is daarmee altijd stiefmoederlijk bemind gebleven. Venlo heeft met de vondst van het monumentale mikwe (joods badhuis) de mogelijkheid gekregen om hier een uitbreiding van het museum te krijgen. Er komt weer ruimte om archeologie tentoon te stellen in Limburg. Venlo nestelt zich in het rijtje steden als Amsterdam, Rotterdam, Brugge en Gent. Er zijn niet zoveel steden waar de archeologische vondsten zo breed zijn. Van de zandgronden in zuid-oost Nederland is weinig bewaard gebleven.”


De kunst is al die voorwerpen en verhalen terug te brengen tot één tentoonstelling. Eén collectie die blijft. „Dan gaat het erom die verhalen te selecteren die voor het collectieve geheugen van belang zijn. Niet het incident, maar het structurele belichten.” Schatorjé merkt ook dat voor dat verhaal steeds meer belangstelling bestaat. „Dat zit in elke tijd. Als een samenleving hard verandert, gaan mensen denken ‘wat gaat dit hard’. Die mensen moeten vaste waarden hebben, ze hebben de behoefte om terug te kijken.Waar komen ze vandaan?Dan blijkt dat je als mens maar een hele kleine schakel in een lange keten bent. Ja, er zijn veel dingen verkeerd gegaan, maar het is ook altijd weer goed gekomen. Dat geeft een geruststellend gevoel.”