Geen bewijs steentijdvondst

Eerste metingen van koolstofdeeltjes in kampvuur gaan niet verder terug dan de middeleeuwen


Bron: Limburgs Dagblad
Door René Willems


WALEM – Het onderzoek naar de archeologische vondsten op de Daölkesberg bij Walem heeft wel sporen uit de middeleeuwen opgeleverd, maar geen verwijzingen naar de steentijd.


Amateur-archeoloog Hub Pisters uit Valkenburg is ervan overtuigd dat in de steentijd mensen hebben gewoond op de Daölkesberg. „Maar het keiharde bewijs daarvoor ontbreekt”, constateert hij, „en dat is erg jammer.”


Pisters heeft de afgelopen jaren tientallen bewerkte vuurstenen gevonden op de Daölkesberg. „Alles bij elkaar heb ik daar misschien wel tweehonderd artefacten verzameld”, zegt hij. „Dat kan geen toeval zijn: daar is in de steentijd een nederzetting geweest.”


In mei heeft het archeologisch bureau Archol de vindplaats verder onderzocht. Het onderzoek is bekostigd door de gemeente Valkenburg aan de Geul, de vereniging Natuurmonumenten (de eigenaar van het terrein) en Pisters’ archeologische stichting In onsen Lande van Valckenborgh.


Bij dat veldonderzoek zijn onder meer restanten van een eeuwenoud kampvuur aangetroffen. De verkoolde resten zijn later in het laboratorium onderzocht via de C14-methode. Daarbij wordt de radioactieve straling van de houtskool gemeten. Op die manier kan de ouderdom worden vastgesteld. Het vermoeden dat het om een kampvuur uit de steentijd gaat, is niet bevestigd. Het kampvuur blijkt hooguit vijfhonderd jaar oud te zijn. Projectleider Ivo van Wijk wil op dit moment niet verder ingaan op die uitkomsten. „In september komen we met een definitief rapport naar buiten”, zegt hij.


Pisters is uiteraard teleurgesteld. Maar zijn stelling dat de Daölkesberg in de steentijd bewoond is geweest, houdt hij overeind: „Het bewijst alleen dat de grond in de middeleeuwen kennelijk opnieuw bewerkt is, waarbij de opbouw van de aardlagen ruw verstoord is.” Pisters sluit niet uit dat elders op het terrein wel bewijzen voor de nederzetting uit de steentijd liggen. Hij pleit dan ook voor verder onderzoek. „Maar dan wel met de hand”, benadrukt hij. „en niet meer met machines: we zullen de grond millimeter voor millimeter moeten afschrapen.”