Erfgoed in goede handen?
De gemeentelijke zorg voor het gebouwde erfgoed kan beter. Vooral bij kleinere monumentengemeenten, maar soms ook bij gemeenten met meer dan 200 rijksmonumenten, is de zorg voor de gebouwde rijksmonumenten en voor de beschermde stads- en dorpsgezichten niet voldoende gewaarborgd. Gemeenten die aandacht besteden aan archeologie in bestemmingsplannen doen dit over het algemeen serieus maar onduidelijk is of vastgestelde regels op de juiste manier worden toegepast op het moment dat een vergunning wordt aangevraagd.
Zorg voor het erfgoed in gemeenten nog niet altijd voldoende
Bron: persbericht Erfgoedinspectie
Dit staat in het rapport Erfgoed in goede handen? De Erfgoedinspectie constateert dat veel gemeenten met een grote inzet en passie werken aan het erfgoed. Maar niet altijd, en niet overal, zijn de gebouwde rijksmonumenten, de door het Rijk beschermde stads- en dorpsgezichten en het archeologisch erfgoed in goede handen. Het belangrijkste risico voor het erfgoed is dat de inhoudelijke kennis bij veel, vooral kleinere, monumentengemeenten niet voldoende op niveau is.
Het rapport is op 7 maart jl. overhandigd aan het Interprovinciaal Overleg (IPO) en aan de Federatie Grote Monumentengemeenten, in het kader van de overdracht van het toezicht aan de provincies. Het is bedoeld als nulmeting voor de provincies, die sinds de invoering van de Wet revitalisering generiek toezicht (oktober 2012) de rol van toezichthouder op gemeenten vervullen. Tegelijkertijd is het een boodschap aan alle verantwoordelijke partijen om de gesignaleerde risico’s ter harte te nemen en te verwerken in beleid en uitvoeringspraktijk. Daartoe heeft de Erfgoedinspectie in het rapport aanbevelingen aan de diverse verantwoordelijke partijen geformuleerd. De Minister van OCW heeft in een beleidsreactie gereageerd op de aanbevelingen aan het Rijk.
Meer informatie en het rapport vind u hier.