Digitale versie Limburgse Archeologiebalans 2012 beschikbaar
Op 29 november 2012 is de nieuwe Limburgse Archeologiebalans 2012 gepresenteerd op de informatiebijeenkomst “Archeologie in Limburg”. Deze informatiebijeenkomst was georganiseerd door het Steunpunt Archeologie & Monumentenzorg Limburg. Nu is dan ook de digitale versie van de Limburgse Archeologiebalans beschikbaar.
Door: Marion Zijlema
De Limburgse Archeologiebalans 2012 is in opdracht van de Provincie Limburg door het Steunpunt Archeologie & Monumentenzorg Limburg gemaakt. Hierin is een analyse gemaakt van de in de periode 2005-2009 verschenen archeologische rapporten die betrekking hebben op het Limburgse grondgebied. Welke trends zijn te signaleren, welke kant gaat het op met de Limburgse archeologie en zijn hier ook lessen uit te leren voor de toekomst? Hierbij is aangesloten bij de vorige Archeologiebalans die een periode van tien jaar besloeg (1995-2004).
Aantallen
Het aantal archeologische onderzoeken is in vergelijking met de vorige Archeologiebalans (2006) sterk toegenomen. In de periode 2005 tot 2009 zijn er 1065 rapportages opgesteld. In de helft van de tijd is het aantal gepubliceerde archeologische rapportages verdubbeld. De sterke exponientiële groeicurve die de vorige Archeologiebalans kenmerkte is afgenomen. Desondanks is er tot 2008, met uitzondering van 2006, een groei van het aantal archeologische onderzoeken vast te stellen. In 2008 lijkt voorlopig de top van het aantal archeologische onderzoeken bereikt.
Soort archeologisch onderzoek
Binnen het vooronderzoek vindt er een verschuiving plaats van de bureauonderzoeken naar de IVO’s (verkennende fase). Binnen de maatregelenfase heeft er een verschuiving plaatsgevonden van de opgravingen naar de archeologische begeleidingen. Het aandeel opgravingen van het totaal is afgenomen van 5% naar 3,8%. Een onderzoek naar behoud in situ in Limburg zal moeten uitwijzen of dit komt omdat er meer vindplaatsen in situ behouden worden.
Verhouding inventarisatie- en maatregelenfase
Het percentage onderzoeken in de maatregelenfase (10,8%) is in verhouding tot het aantal onderzoeken in de inventarisatiefase (89,2%) gelijk gebleven met de situatie in de vorige Archeologiebalans. Het percentage vervolgonderzoeken was 10,7 % (1995-2004) en is in de periode 2005-2009 10,8. De verhouding tussen het aantal vooronderzoeken t.o.v. de vervolgonderzoeken is dus 1 : 9.
Archeologische onderzoeken per gemeente
De meeste archeologische onderzoeken in absolute aantallen hebben in de onderzochte periode plaatsgevonden in de gemeenten Venlo, Peel en Maas, Venray, Roermond, Leudal en Horst aan de Maas. In relatieve zin hebben de gemeente Nuth, Simpelveld, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Valkenburg aan de Geul, Bergen en Gennep de grootste groei doorgemaakt. De aanwezigheid van een archeologisch beleid is echter geen garantie voor een hoge groeifactor met betrekking tot het aantal archeologische rapporten. Voor een goed beeld zou de verhouding tussen het aantal bouwplannen/omgevingsvergunningen voor een bouwactiviteit; en het aantal archeologische onderzoeken per gemeente moeten worden onderzocht.
Plangebieden en oppervlakten
In de periode 2005-2009 zijn voornamelijk kleine plangebieden onderzocht. Meer dan 81% van de onderzochte gebieden is kleiner dan 5 hectare. De gebieden groter dan 5 hectare (14%) zijn voornamelijk onderzocht door middel van een bureauonderzoek of IVO (verkennende en karterende fase). Onderzoeken in de kleinste oppervlaktecategorie (< 0,25 ha) komen vooral voor in de archeoregio Maasdal. De oppervlaktecategorieën (<0,25 ha – 1 ha en 1 – 5 ha) worden gedomineerd door de archeoregio Zandgebied west.
Archeologische complextypen
Het benoemen van het complextype en de periode van een aangetroffen vindplaats neemt toe naarmate het proces van de AMZ-cyclus vordert. De vindplaatsen die aangetroffen worden zijn voornamelijk ingedeeld in het complextype nederzetting. In veel mindere mate volgen de complextypen begraving, versterking en economie. Wel moet hierbij opgemerkt worden dat de categorie onbekend het grootste is. De Steentijd blijft in de Provincie Limburg het meest onderbelicht, onderzoek naar het Paleolithicum ontbreekt zelfs. De IJzertijd, Romeinse Tijd en Nieuwe Tijd zijn meer onderzocht. De Middeleeuwen zijn in de onderzoeksperiode het meest bestudeerd.
Meer conclusies zijn te vinden in de Archeologiebalans 2012:
Daan Marcellis & Marion Zijlema, Limburgse Archeologiebalans 2012 (Maastricht 2012)