Cultuurhistorie op de kaart
De gemeente Berkelland laat een bouwhistorische inventarisatie maken,als onderdeel van een complete cultuurhistorische gebiedsomschrijving. Waarom is dit onderzoek belangrijk? Berkellands adviseur cultureel erfgoed Roy Oostendorp vertelt over de ambities van zijn gemeente: “Wij willen de bouwhistorische verwachtingen een plek geven in het bestemmingsplan, zoals dit is voorgesteld vanuit het landelijke beleid tot Modernisering van de Monumentenzorg, kortweg MoMo, Door een bouwhistorische verwachtingskaart te laten opstellen, biedt de gemeente inzicht aan initiatiefnemers of er rekening gehouden moet worden met bouwhistorische waarden van een gebied of een pand. Hiermee kan de kwaliteit van de plannen vergroot worden.”
Berkelland op zoek naar bouwhistorische waarden
Bron: Beeldspraak maart 2011 / jaargang 7 / nummer 1
In Berkelland is voorheen vooral aandacht gegeven aan het landschap, het buitengebied, maar nu dus ook meer aan het behoud van de bebouwde omgeving. “De algemene tendens was vernieuwing, nu wordt cultuurhistorie steeds belangrijker gevonden om mee te nemen bij ontwikkelingen. De grote lijn is dat we eerst gaan kijken naarwater nog staat. We inventariseren en beschrijven wat er is. Vervolgens bezien we de kansen en bedreigingen en formuleren weeën nieuw bestemmingsplan. Cultuurhistorie moet meer zijn dan een paragraaf in het bestemmingsplan. Het moeteen integraal beoordelingskader vormen,”aldus Roy Oostendorp. Berkelland wil op 1 juli 2012 de bestaande 400 bestemmingsplannen teruggebracht hebben tot ongeveer 40 actuele bestemmingplannen waarin cultuurhistorie integraal is opgenomen. Dit is erg ambitieus, maar nodig om uiteindelijk de wettelijke einddatum van 1 juli 2013 te kunnen halen.
“Steekje energie in wat er nog is en hoe je dat kunt versterken. Mooi houden wat goed is.” Samen met Boukje Overbeeken Jean Penders, adviseurs van Gelders Genootschap, loopt Roy Oostendorp op een mooie winterse dag door het stadje Borculo en de dorpen Neede, Eibergen en Ruurlo. Zij doen veldwerk. Alle panden worden nauwgezet bekeken.Op een kaart geven zij met kleuren aan of de verwachting bestaat dat de gebouwen nog een historische kern bezitten en hoe oud zij waarschijnlijk zijn. Zo’n bouwhistorische verwachtingskaart is een efficiënte methode die in de archeologie al heel lang gangbaar is. Roy Oostendorp: “Pand A is dan misschien wel beschermd als monument, maar dat wil niet zeggen dat het naastgelegen pand B niet bouwhistorisch interessant is.” Jean Penders vult aan: “Het is ontzettend leuk werk. Het levert vele interessante verdenkingen op, in de positieve zin van het woord.”
Wanneer Gelders Genootschap bouwhistorisch onderzoek doet, gebeurt dit meestal in het kader van een planproces of de uitvoering van een verbouwing of restauratie. Vaak komt men tijdens een planproces tot de conclusie dat er te weinig bouwhistorische informatie overeen pand voorhanden is, om gefundeerd keuzes te kunnen maken. Een gericht bouwhistorisch onderzoek levert in zo’n geval een enorme bijdrage: het helpt alle betrokken partijen om verantwoord om te gaan met monumentale waarden.
Toch is deze manier van werken niet optimaal. Voor de initiatiefnemer komt het verzoek om een bouwhistorisch onderzoek vaak onverwacht en voor de overheid is het lastig om het gewenste bouwhistorisch onderzoek ook werkelijk ‘af te dwingen’. Een bouwhistorische verwachtingskaart kan dit probleem voorkomen. Op deze kaart wordt aangeven op welke percelen in een bepaald gebied bouwhistorisch relevante bouwwerken aanwezig zijn. Zo is voor iedereen duidelijk bij welke gebouwen bouwhistorisch onderzoek gevraagd kan worden.
Waarom bouwhistorisch onderzoek?
- Om toekomstige ontwikkelingen beter te kunnen afwegen.
- Om adequaat op initiatiefnemers te kunnen reageren.
- Om een volwaardige afweging te kunnen maken: wat wil je behouden en waarom?
- Om goed beleid te kunnen maken.