Beleidsnota archeologie ter vaststelling in de gemeenteraden Weert & Nederweert

Bron: gezamenlijk persbericht gemeenten Weert-Nederweert

De colleges van burgemeester en wethouders van Weert en Nederweert hebben op resp. 13 juli en 24 augustus 2010 ingestemd met de Beleidsnota Archeologie. In die nota wordt een kader aangegeven hoe binnen het gemeentelijk grondgebied van Weert en Nederweert omgegaan moet worden met het archeologisch erfgoed. De nota zal op 22 september in Weert en op 28 september in Nederweert aan de gemeenteraad ter vaststelling worden voorgelegd.

Aanleiding voor het opstellen en vaststellen van de Beleidsnota Archeologische Monumentenzorg is het Europese Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed dat in 1992 door de ministers van Cultuur van aangesloten landen in Europa te Valleta (Malta) is ondertekend. Op 1 september 2007 is het Verdrag van Malta geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988.

Al veel decennia hebben de gemeenten Weert en Nederweert aandacht voor het archeologisch erfgoed. De microregio Weert-Nederweert (het zogenoemde Eiland van Weert) behoort tot een van de meest interessante archeologische landschappen van Zuid-Nederland. Het herbergt onder andere het rijksmonument Boshoverheide met het grootste urnenveld van Noordwest Europa (Urnenveldenperiode 1000-400 v. Chr.) en een aaneensluitende bewoningsgeschiedenis van meerdere cultuurhistorische perioden, die goed beschermd zijn door een dikke zogenoemde esdek-laag. Het Eiland van Weert is door de provincie Limburg in 2008 aangewezen als een van de zes archeologische attentiegebieden in Limburg.


De taak die de gemeenten, als gevolg van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg, hebben op het gebied van bescherming van hun archeologisch erfgoed is vastgelegd in de beleidsnota archeologie en in de daarbij horende archeologische beleidskaart. In de bestemmingsplannen worden archeologische paragrafen opgenomen als het gemeentelijk instrument en toetsingskader. En in de nieuwe omgevingsvergunning wordt archeologie opgenomen in de cultuurhistorische paragraaf.

Verstoorder betaalt
Uitgangspunt van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is dat het archeologisch bodemarchief zoveel mogelijk in de bodem (in situ) behouden moet worden. Als dit niet mogelijk of wenselijk is, dan is het noodzakelijk dat voorafgaand aan grondverstorende activiteiten (slopen, graven, heien e.d.) vastgesteld wordt of er ter plaatse archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Deze waarden zijn weergegeven op de archeologische beleidskaart. Vervolgens moet worden bepaald of deze als gevolg van de voorgenomen grondverstorende activiteiten in het geding komen of verloren zullen gaan. Als dit zo blijkt te zijn, dan is het uitvoeren van nader archeologisch (voor)onderzoek nodig. Daarbij is in de wet bepaald dat “de verstoorder betaalt”. Dit houdt in dat initiatiefnemers voorafgaand aan de grondverstorende activiteiten, door archeologisch vooronderzoek moeten aantonen dat als gevolg van hun handelen geen archeologische waarden ongezien worden vernietigd.


Voor het downloaden van de Nota Archeologiebeleid gemeenten Weert en Nederweert zie op de pagina Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart de lijst met Limburgse kaarten onder Subsidieregeling.