Archeologie integraal
SIKB werkt samen met andere partijen uit het archeologisch werkveld aan een leidraad ‘Integrale benadering inventariserend veldonderzoek’. Doel van de toekomstige leidraad is de effectiviteit en betrouwbaarheid van archeologische methoden en technieken bij inventariserend veldonderzoek te vergroten. De leidraad zal een referentiekader bieden voor een bewuste keuze van de meest geschikte methode en ruimte bieden voor nieuwe methoden van archeologisch veldonderzoek zoals geofysische methoden en technieken.
Bron: Archeologie@SIKB, mei 2011, nummer 11
Voor de archeoloog (meestal de opsteller van een PvE) of degene die daaraan eisen stelt, ontbreekt er op dit moment een theoretisch en praktisch referentiekader voor het kiezen van de juiste onderzoeksstrategie. Om in deze lacune te voorzien is SIKB samen met RCE en andere partijen bezig een instrument (leidraad) te ontwikkeien met een integraal referentiekader. Op basis daarvan kunnen weloverwogen keuzes worden gemaakt bij het bepalen van de meest geschikte methode van inventariserend veldonderzoek.
Effectief archeologisch onderzoek vraagt om een integrale benadering en juist niet om teveel standaardisatie bij onderzoeksmethoden
De KNA bevat de eisen waaraan archeologisch onderzoek minimaal moet voldoen. Deze eisen zijn opgezet als een procesnorm. Hoewel de KNA als procesnorm niet bepaalde onderzoeksmethoden verplicht stelt, volgt ze wel het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Deze cyclus bestaat meestal uit een bureauonderzoek, een booronderzoek en – bij een vindplaats – een karterend en/of waarderend proefsleuvenon-derzoek. Na de waardering en selectie door een bevoegde overheid, volgt er in een enkel geval een opgraving (als definitieve behoudsmaatregel). Wellicht is in Nederland mede hierdoor een vrij rigide onderzoekspraktijk ontstaan. Steeds meer archeologen zijn kritisch over deze historisch gegroeide onderzoekspraktijk die weinig ruimte Iaat voor een meer gevarieerde en gevalideerde inzet van methoden. Daarnaast blijven de verdiensten van nieuwe methoden zoals geofysisch onderzoek onderbelicht. Bovendien worden soms (onbewust) niet-effectieve methoden toegepast. Het is dus gewenst dat er een nieuwe onderzoekspraktijk ontstaat die beter aansluit op het opsporen van verwachte vindplaatsen, de eigenschappen van de bodem en het landschap en die vanuit het ‘verstoorder betaalt’ principe tevens effectief en efficiënt is.
Inventariseren is een vak, dit integraal doen is de kunst
De meest optimale methode van inventariserend veldonderzoek is afhankelijk van een aantal kritische factoren. De meest optimale en geïntegreerde werkwijze komt tot stand door het stellen van de juiste vragen en daarop aansluitend de beste onderzoeksmethodiek voor het karteren (opsporen) en het waarderen van vindplaatsen. Onderzoek naar de resten uit de IJzertijd op een smalle stroomrug in het Midden Nederlandse rivierengebied vereist een andere methode dan op een dekzandplateau of in een met veen overdekt kleigebied.
Projectaanpak en horizont voor 2012
Eindhorizont voor 2012 is bestaande methoden en technieken – al dan niet vastgelegd in bestaande leidraden- en nieuw ontwikkelde kennis te gaan bundelen in een nieuwe leidraad ‘Integrale benadering inventariserend veldonderzoek’. Deze zal tevens een praktisch en theoretisch kader bieden voor het kiezen van de meest juiste onderzoeksmethode, dan wel een combinatie van onderzoeksmethoden.
Tussen 2010 en 2012 worden de volgende vier deelprojecten uitgevoerd:
- Gestart in 2010 deelproject 1: Uitwerken en evalueren van toepassingen van geofysisch onderzoek in de archeologie land- en waterbodems.
- Start 2011-2012 deelproject 2: Waarderen en waarderingssystema-tiek in de KNA. Dit onderdeel bestaat uit het nader uitwerken van methoden en technieken bij waarderend onderzoek en waarderings-systematiek bij proefsleuvenonderzoek. Op basis hiervan wordt bekeken of de huidige waarderingssystematiek in de KNA verbeterd kan en moet worden.
- Start 2011-2012 deelproject 3: Aandacht voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting als laatste stap bij het Bureauonderzoek.
- Gestart in 2010 deelproject 4: Actualiseren van de Leidraad Proefsleuvenonderzoek en de Leidraad Karterend booronderzoek door kennis over de kenmerken van met name vuursteenvindpiaatsen te vergroten en verdere validatie van onderzoeksmethoden te faciliteren.
- Te starten in 2012 deelproject 5: Synthese en opstellen leidraad ‘Integrale benadering inventariserend veldonderzoek’
Deze tekst is een verkorte versie van het artikel door E. Rensink (RCE) en E. Wieringa (SIKB) verschenen in het tijdschrift Bodem, nummer 6 december 2010. Meer informatie over dit project (SIKB project 157) vindt u op www.sikb.nl.