Ambtenaar redt ons erfgoed

Bron: www.gemeente.nu
Door Frank Vehof


Aanpassingen van de Monumentenwet en het Besluit ruimtelijke ordening dagen gemeenten uit om anders om te gaan met cultuurhistorisch erfgoed. Een flinke omslag is daarvoor nodig.

De aangepaste Monumentenwet en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) krijgen grote gevolgen voor gemeenten. Voortaan moeten zij bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening houden met álle cultuurhistorische waarden van monumenten, en niet meer alleen met archeologische waarden. Ook worden ze geacht proactief mee te denken over het cultureel erfgoed, en niet pas in beeld te komen bij de vergunningsverstrekking.

Groen licht
Deze ambities, waarvoor minister Ronald Plasterk het groene licht heeft gegeven in het vorige kabinet, houden in dat cultuurhistorische waarden de inspiratiebron worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hiervoor is het nodig dat gemeenteambtenaren meer deskundigheid ontwikkelen om cultuurhistorische waarden te onderkennen, te inventariseren en te onderzoeken. Deze expertise is nog dun gezaaid in gemeenten.

Ongeveer de helft van de Nederlandse gemeenten heeft niet meer dan 0,1 tot 0,5 fte beschikbaar voor het opstellen en uitvoeren van monumentenbeleid. Hiertoe behoren ook gemeenten met meer dan honderd Rijksmonumenten. In veel kleinere gemeenten is monumentenzorg slechts ‘een taak erbij’ voor ambtenaren bouw- en woningtoezicht. Vaak is de aandacht voor cultuurhistorie binnen een gemeente afhankelijk van de persoonlijke interesse van een wethouder of een ambtenaar. Bezuinigingen dreigen de kennis van en de capaciteit voor cultuurhistorie nog verder uit te hollen.


Schadelijk
Deze houding is schadelijk voor het behoud van waardevol cultureel erfgoed. Al twee jaar geleden constateerde de Erfgoedinspectie dat het gebrek aan deskundigheid en capaciteit bij zestien gemeenten met 150 tot 200 zijn sporen nalaat. Zo is onder andere inzicht in de aanwezige cultuurhistorische waarden onvoldoende aanwezig en er is gebrek aan toezicht op de uitvoering van de restauraties. Eén op de drie gemeenteambtenaren monumentenzorg acht de eigen gemeente nog niet in staat om het behoud van cultuurhistorisch erfgoed op doordachte wijze in te passen in de ruimtelijke ordening.

De aangepaste Monumentenwet en het Bro prikkelen gemeenten om de aandacht voor cultureel erfgoed breder en dieper te verankeren in het gemeentelijk apparaat. Daarvoor is het noodzakelijk om de capaciteit te vergroten die gemeenten beschikbaar stellen voor cultureel erfgoed.

Ook de samenwerking tussen monumentenambtenaren en ambtenaren op het gebied van ruimtelijke ordening moet worden verbeterd, zodat zij leren van elkaars expertise. Tenslotte hoort in deze veranderde omstandigheden ook de oprichting van een Erfgoedacademie een kans te krijgen, een initiatief dat tot nu toe weinig steun kreeg van Rijk en gemeenten.

Belangrijk is dat gemeenten inzien dat monumentenzorg niet alleen investeringen vergen, maar ook opbrengsten genereren. Monumentenzorg zorgt voor investeringen in de lokale economie, met name in hooggekwalificeerde arbeid in de restauratiebouw, zo staat in het adviesrapport Investeren in monumenten 2010 van het Restauratiefonds.

Vastgoedwaarde
Daarnaast profiteren eigenaren van woonhuis-monumenten en omwonenden van de hogere vastgoedwaarden die monumenten hebben ten opzichte van gewone panden. De lokale economie krijgt een impuls dankzij toerisme. Een omgeving met veel cultureel erfgoed is verder een aantrekkelijke vestigingsplaats voor hoogopgeleide en creatieve mensen en bedrijven. Uiteindelijk nemen de belastinginkomsten voor gemeenten hierdoor toe. De hogere vastgoedwaarde van historische gebouwen levert gemeenten extra inkomsten op via de onroerendezaakbelasting. Ook de toeristenbelasting stijgt voor gemeenten met veel cultureel erfgoed.

Om deze voordelen te benutten kunnen sommige gemeenten een steun in de rug goed gebruiken. Het Rijk is daarvoor mede vanuit het eigen financiële belang een goede partner. Voor elke euro die het Rijk uitgeeft voor monumentenzorg, vloeit 1,50 euro terug in de schatkist.

Ook provincies kunnen de helpende hand reiken, met name door ervoor te zorgen dat de provinciale Steunpunten, de Monumentenwacht en provinciale welstands- en monumentenorganisaties goed functioneren. Gezamenlijke krachten zijn nodig om de vele kansen van onze rijke cultuurhistorie te benutten. Vanuit de wet- en regelgeving is de voorzet gedaan. Het woord is nu aan Rijk, provincies en gemeenten.


——————————————————————————–

Frank Vehof is medewerker marktontwikkeling & strategische advisering bij het Nationaal Restauratiefonds.