Amateurs onmisbaar bij archeologisch onderzoek
Na een gezamenlijk bezoek aan de resten van de Romeinse Villa Krichelberg, bespreken beroepsarcheoloog Niels van Waveren en amateurarcheologen Henk Plettenberg uit Kerkrade en Sjef Born uit Landgraaf de rol van amateurarcheologen bij een project als de Buitenring.
Bron: Magazine Buitenring – januari 2010
Hoe word je archeoloog?
“Door een flesje te vinden tijdens een wandeling”, start Henk Plettenberg zijn verhaal. “Archeologen zijn van nature nieuwsgierige mensen en dat flesje was bij mij de aanleiding om in de archieven te duiken”. In zijn dagelijkse werk als amanuensis natuurkunde op het College Sancta Maria in Kerkrade had hij allesbehalve een link naar archeologie. Inmiddels is hij al 40 jaar een gepassioneerd amateurarcheoloog. Sinds twee jaar is Henk met pensioen. Dit betekent dat hij zich nu volledig op zijn hobby kan storten.
Bij Sjef Born verliep dit anders. “Ik ben er beroepsmatig ingerold, ondanks dat ik geen archeologische opleiding heb gehad. Ik ben 14 jaar in het basisonderwijs als leraar met specialisatie Geschiedenis en Handvaardigheid werkzaam geweest. De link met archeologie was dus al direct aanwezig en is geïntensiveerd toen ik ging werken voor het Thermenmuseum. Hier was ik verantwoordelijk voor de educatie over en presentatie van vondsten aan het publiek. Uiteraard ging hier veel literatuuronderzoek aan vooraf om te achterhalen om wat voor voorwerp het nu precies ging; waarvoor en en door wie werd het gebruikt?” Ook Sjef kan zich sinds twee jaar als vutter volledig richten op de archeologie en aanverwante activiteiten.
Niels van Waveren is er eigenlijk per toeval ingerold. “Ik volgde de lerarenopleiding Geschiedenis, Tekenen en Handvaardigheid”, licht Niels toe. “Tijdens de opleiding werd er veel aandacht besteed aan kunstgeschiedenis. Een zéér interessant vak! Hoe interessant ik dat ook vond, heb ik tóch op het laatste moment gekozen voor de zesjarige studie Archeologie. Dat kan eigenlijk ook niet anders,” vervolgt Niels lachend haar verhaal, “als je geboren en getogen bent op de resten van een ringwalburcht uit de Vikingtijd in Burgh-Haamstede. Dan zit archeologie gewoon in het bloed.” Na in verschillende functies en bedrijven werkzaam te zijn geweest, is zij nu bij Provincie Limburg als archeoloog werkzaam en onder andere betrokken bij de Buitenring.
Welke rol spelen amateur-archeologen ten opzichte van de beroepsmatige archeologie?
“Een hele belangrijke”, aldus Niels. “De kennis waarover Henk en Sjef beschikken, is zeer waardevol. Het probleem is echter dat de deskundigheid van een amateur vooraf heel moeilijk in te schatten is.” Hiervoor is bij de gemeente Kerkrade inmiddels een oplossing gevonden in de vorm van een legitima-tiekaart. Hiermee wordt de amateurarcheoloog geclassificeerd als deskundig en heeft de persoon in kwestie officieel toegang tot lopende projecten. Henk is tot nu toe de enige amateurarcheoloog die beschikt over een dergelijke legitimatiekaart en is daardoor legitiem betrokken als toezichthouder bij lopende projecten in Kerkrade.
Het in kaart brengen van vroegere bewoning is een zeer tijdrovende kwestie. Als alles door beroepsarcheologen zou moeten worden uitgezocht, zou archeologie onbetaalbaar worden. Amateur-archeologen zijn daarom zeer verdienstelijk. “Vroeger belde je naar Fons Horbach, de assistent van de provinciaal archeoloog en depotbeheerder van de Provincie Limburg om meer te weten te komen als je een mooie vondst had gedaan”, licht Henk toe. “Hij kon bijna al je vragen direct beantwoorden.” “Hetzelfde gold voor Joep Gielen”, vult Sjef aan. “Hij was assistent archeologie en depotbeheerder van het Thermenmuseum in Heerlen.” Zowel Henk als Sjef zien deze heren als hun belangrijkste leermeesters. “Vandaag de dag werkt dat niet meer zo. “Jammergenoeg kunnen we tegenwoordig geen beroep meer doen op hen. Nu speuren we zelf.”
Het gebied van de Buitenring bestaat uit verschillende regio’s met alle een eigen geschiedenis. Dit maakt het lastig om een goed totaalbeeld te kunnen vormen. Samenwerking tussen amateur- en beroepsarcheologen is daarom onontbeerlijk. Henk focust zich bijvoorbeeld volledig op Kerkrade en Sjef op Landgraaf. Daarnaast zijn er ook nog verschillen in werkgebieden te benoemen. Sjef richt zich voornamelijk op heemkunde en is gespecialiseerd in de Romeinse tijd en Henk houdt zich voornamelijk met archeologie bezig. “Heemkunde is gericht op het verleden in het algemeen van een stad of gemeente”, verduidelijkt Sjef. “Hoe leefden en werkten de mensen, oftewel alles wat boven de grond zichtbaar is. Met archeologie lees je meer het landschap door te analyseren wat in en onder de grond zit. Bodemvondsten zijn de basis voor het ontrafelen van het leven van de toenmalige bewoners.”
Limburg beschikt naast de Archeologische Vereniging Limburg, waarin amateur- en beroepsarcheologen zijn verenigd, dan ook over een groot aantal verschillende heemkundevereni-gingen; elke stad heeft immers zijn eigen verhaal. Dit benadrukt de noodzaak van samenwerking met en het belang van amateurarcheologen des te meer. Bcroepsarcheologen hebben veelal geen specifieke binding met één gebied maar meer met een bepaalde periode en de weerslag daarvan in het landschap. Zij kijken meer naar de grote lijnen. Daarentegen zijn de amateurs juist heel gebiedsgebonden, aangezien zij in de regio wonen en hier ook een emotionele band mee hebben.
SAMENWERKING MET PROVINCIE
Niels moet toegeven dat door de enorme tijdsdruk in de eerste fase van hel archeologisch onderzoek voor de Buitenring niet optimaal gebruik is gemaakt van de kennis en kunde van amateurarcheologen. “Tijdens dit gesprek blijkt wel weer hoeveel kennis er alleen al bij deze twee heren aanwezig is”, aldus Niels. “Mijn streven is dan ook in de vervolgstappen meer lokale archeologen te betrekken bij opgravingen en sleuvenonderzoeken,” “Hier ligt ook een belangrijke taak voor de betrokken gemeenten”, vult Sjef aan. “Aangezien de amateurarcheologen veelal regiogebonden zijn, hebben zij cc de desbetreffende gemeenten. Gemeenten kunnen hierdoor een belangrijke rol spelen bij de selectie van de waarde kunnen hebben bij het onderzoek rondom de Buitenring.”