Advies kwaliteitsborging “Archeologie: een stap verder”
De kwaliteitsborging binnen de sector archeologie is een aandachtspunt in de beleidsreactie van toenmalige staatssecretaris Zijlstra op de evaluatie van de archeologiewetgeving. De sector wil zoveel mogelijk zelf de verantwoordelijkheid dragen voor de kwaliteit, maar de zelfregulering die deze kwaliteit moet borgen is nog niet van de grond gekomen.
Uit deze conclusie vloeide een adviesaanvraag voort om te komen met voorstellen voor een sluitend kwaliteitssysteem gebaseerd op zelfregulering ipv vergunningverlening. Daarbij mag het kwaliteitssysteem niet leiden tot meer overheidstoezicht en moet zoveel mogelijk rekening houden met de realiteit van het omgevingsrecht (minder regels, minder toezicht, meer zelfregulering).
Bron: SIKB
Op 10 mei 2013 heeft het Centraal College van Deskundigen Archeologie (CCvD) een advies gestuurd over een sluitend systeem van kwaliteitszorg in de archeologie aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Het advies van het CCvD
Vooruitgang
Bij de inbedding van de archeologie is de volgende vooruitgang geboekt:
*De verankering van de archeologische monumentenzorg in de Monumentenwet en in de ruimtelijke ordening
*de totstandkoming van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie voor landbodems en voor waterbodems (KNA).
Knelpunten
Daarnaast worden ook een aantal knelpunten gesignaleerd die een sluitend kwaliteitssysteem nu nog in de weg staan:
* De KNA is niet bindend.
Hoewel gezaghebbend is de KNA niet juridisch bindend. Door deze vrijblijvendheid ligt er geen kwaliteitsbodem in de markt
* Er is geen of nauwelijks publiek toezicht of zelfregulering.
Er is geen of nauwelijks toezicht op het naleven van de verplichtingen in de vergunningen verleend door het rijk.
Het toezicht op de uitvoering van de archeologische werkzaamheden op locatie is beperkt, met uitzondering van gemeenten waar deskundigheid beschikbaar is. Er is geen norm van zelfregulering door de uitvoerende bedrijven.
*Goede gemeentelijk uitvoering, maar ook onjuiste keuzes.
Tegenover gemeenten die correct omgaan met het invullen van decentraal beleid, en archeologische waarden met deskundigheid borgen, staan ook gemeente die door het verkeerd invullen van de vrijheden van decentraal beleid de archeologie “ontwijken”.
*Onduidelijke regeling van rollen en verantwoordelijkheden.
Advies
Om deze knelpunten op te heffen, wordt het volgende geadviseerd, waarbij moet worden uitgegaan van de onderlinge samenhang van de punten.
A: Het verduidelijken van de rollen en de verdeling van de verantwoordelijkheden.
Voorgesteld wordt om de verantwoordelijkheid van bijvoorbeeld de oplevering van de werkzaamheden, en de publicatie-, conserverings- en overdrachtsplicht) te verschuiven van de uitvoerende partijen naar de opdrachtgevers. Dit sluit aan bij de omgevingswet.
B: Het stimuleren van gemeenten door het versterken van de gemeentelijke kennis en samenwerking.
C: Zelfregulering, nader uit te werken door de markt, met toezicht door de erfgoedinspectie en bij voorkeur met het behoud van de ministeriële erkenning van de uitvoerende organisaties die voldoen aan de eisen van de zelfregulering.
D: De wettelijke binding van alle KNA-actoren
Vervolg
Aan de minister wordt gevraagd om op deze hoofdlijnen te reageren en om aan te geven in hoeverre zij de uitwerking van deze adviezen zou willen (doen) realiseren.
Voor het uitgebreide advies klik hier