Romeinen hadden eigen Ruhrgebied. Via Belgica afl. 6: Baesweiler
Resten van ijzerovens in Duits gebied dat nu, tweeduizend jaar later, grote industrieën herbergt
Zuid-Limburg werd 2000 jaar geleden doorsneden door een Romeinse ‘snelweg’; de Via Belgica. Deze zomer zoeken we sporen van de Romeinse Via Belgica, van Tongeren naar Keulen. Vandaag het zesde deel: Baesweiler.
Bron: Limburgs Dagblad
Door: René Willems
De klim naar de top van de voormalige mijnsteenberg in Baesweiler is pittig. De zon kent geen genade: het zweet gutst de wandelaars op het hwet wandelpad naar de tachtig meter hoge top van het voorhoofd. Er zijn twee mogelijkheden om het nieuwe uitzichtplateau op het bovenste puntje van de ‘Halde’ te bereiken: rechtstreeks via de hoge ‘hemeltrap’, of buitenom via een minder steil wandelpad. Vanaf de kale top van de berg heb je een adembenemend uitzicht over het omringende landschap. In de verte zie je Heerlen liggen, met zijn hoge flatgebouw naast de voormalige Vroedvrouwenschool, en volgens Alexander Plum van de plaatselijke heemkundevereniging kun je bij helder weer zelfs tot in de Eifel kijken.
Dichterbij, op de akkers tussen het gloednieuwe Carl-Alexander Park en het kerkdorp Beggendorf, zou je het tracé van de Via Belgica moeten kunnen zien. Volgens de plattegrond van het park, die bij de ingang hangt, heeft die oude Romeinse heirbaan pal langs het vroegere mijnterrein gelopen. Maar we zien eerlijk gezegd niets, alleen koren dat zacht meedeint op een aangenaam zomerbriesje.
Het geoefend oog kan het verloop van de Via Belgica op die akker herkennen, zegt René Janssen, Belg van geboorte, al jaren huisarts in Baesweiler en net als Plum als vrijwilliger verbonden aan het eerbiedwaardige archeologisch instituut van deelstaat Noordrijn-Westfalen. „Het grindpakket van de Romeinse weg zit daar nog steeds in de grond. De aarde is daardoor minder vruchtbaar.” Dat zie je aan de kleur van het koren, legt Janssen uit: „Je kunt in dat korenveld heel duidelijk een strook tarwe herkennen die qua kleur afwijkt van de rest. Dáár heeft dus die Via Belgica gelopen.”
Het vermoeden van de archeologen wordt bevestigd door vondsten die de afgelopen jaren zijn gedaan bij proefopgravingen. Op een aantal plaatsen langs die Verkleurde’ strook zijn inderdaad funderingen van Romeinse gebouwen gevonden. „Opvallend is dat die gebouwen niet direct aan de grote weg liggen, zoals in het naburige Rimburg, maar iets verder naar achteren”, zegt Janssen. „Daardoor hebben de Romeinen die weg later ook probleemloos kunnen verbreden tot bijna zeven meter.”
Bij een aantal gebouwen is slak van gesmolten ijzer gevonden. Plum concludeert daaruit dat het huidige Baesweiler in de Romeinse tijd een soort mini-Ruhrgebied was: „Waarschijnlijk is hier een concentratie aan kleine smederijen geweest. Wat op zich ook wel logisch is: we weten dat verschillende wegen uit de Eifel hier op de Via Belgica aansloten, dus is op deze plek ongetwijfeld een levendige handel in steenkool en ijzererts geweest.” Met een beetje fantasie zou je die Romeinse ijzervreters de grondleggers van de latere staalindustrie kunnen noemen. Hun techniek was weliswaar nog primitief, maar voor die tijd bijna revolutionair. De Romeinen hadden heel wat kennis meegebracht naar het land van de Germanen. Deels zelf ontwikkeld, deels gejat van met name de Grieken en de Perzen.
Met hun komst kwam de bedrijvigheid in een stroomversnelling. „Je kunt dat proces vergelijken met de ontwikkelingen die de Europese kolonisten in de tijd van Columbus op gang brachten in Noord-Amerika”, zegt Janssen. In de Duitse grensstreek hebben ze, trots als ze zijn op dat interessante verleden, ambitieuze plannen ontwikkeld om de Romeinse tijd weer zichtbaar te maken in het huidige landschap. De eerste aanzet daartoe is er al: op de nieuwe verbindingsweg tussen Baesweiler en het grensplaatsje Übach-Palenberg is met witte strepen het verloop van de Via Belgica aangegeven. In het veld komt straks een rij bomen te staan die het tracé van die Romeinse heirbaan omzoomt. Verder zijn er plannen voor een wandel- en fietspad over de Via Belgica, met aan weerszijden kleine objecten die dat Romeinse verleden nog eens accentueren. Voor dat project is ook geld beschikbaar.
De plannen voor het gebied tussen Übach-Palenberg en Baesweiler, waaronder de aanleg van dat uitzichtplateau op de mijnsteenberg van de Carl Alexander, zijn gedeeltelijk bekostigd uit het stimuleringsproject Euregionale 2008. De ideeën voor de verbinding tussen Baesweiler en Jülich (in de Romeinse tijd de belangrijke vesting luliacum) zijn aangemeld voor het vergelijkbare project Regionale 2010.