Vergunningverlening

Bevoegd gezag

Burgemeester en wethouders zijn nu in de meeste gevallen bevoegd gezag voor cultureel erfgoed. Buiten het gemeentelijk ingedeeld gebied (Noordzee) is de minister van OCW bevoegd gezag bij rijksmonumentenactiviteit.

Rijksmonumenten

  • vergunningplicht: rijksmonumentenactiviteit art. 2.1 lid 1 onder f Wabo
  • vergunningvrij: Bijlage II Bor

Weigeringsgronden:

  1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op rijksmonumentenactiviteit kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet
  2. Bij de beslissing op de aanvraag houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument

Voorschriften:

  • grondslag: art. 2.22 Wabo
  • inhoud: koppeling aan weigeringsgronden H2 Wabo

Archeologie: art. 5.2 Besluit omgevingsrecht

Rijksbeschermde gezichten

  • vergunningplicht: sloopactiviteit art. 2.1 lid 1 onder h Wabo
  • vergunningvrij: Bijlage II Bor

Weigeringsgrond:

een omgevingsvergunning voor sloopactiviteit kan worden geweigerd indien het naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

Gemeentelijke/provinciale monumenten

  • vergunningplicht: art. 2.2 Wabo
  • vergunningvrij: verordening

Voorschriften:

grondslag: art. 2.22 Wabo
inhoud: verordening

Cultuurlandschap

Diverse omgevingsvergunningen: o.a. voor:

  • sloop
  • `aanleg'
  • afwijken van aan locatie toegekende functies

Gemeentelijke gezichten

Vergunningplicht: art. 2.2 Wabo + afwijken van aan locatie toegekende functies

Omgevingswet

Bevoegd gezag

Burgemeester en wethouders zijn in de meeste gevallen bevoegd gezag voor het cultureel erfgoed. Onder de Omgevingswet zijn zij ook bevoegd gezag voor de archeologische rijksmonumentenactiviteit. De minister van OCW wordt hiervoor adviseur en instemmingsorgaan (art. 3.18 Ob). Daarnaast worden de ingrijpende rijksmonumentenactiviteiten waarbij de minister van OCW adviseert nu ook expliciet uitgebreid met de verplaatsing van het rijksmonument.

Buiten het gemeentelijk ingedeeld gebied (Noordzee) is (in de meeste gevallen) de minister van IenM bij de rijksmonumentenactiviteit bevoegd gezag.

De gemeentelijke (monumenten-)commissie is niet opgenomen in het Omgevingsbesluit maar in H17 van de Omgevingswet.

Termijnen

De beslistermijn voor het bevoegd gezag wordt in het algemeen vaker de reguliere procedure. Geen veranderingen voor rijksmonumentenactiviteit.

De minister van OCW heeft straks bij rijksmonumentenactiviteiten geen 8 weken meer voor advies, maar de gebruikelijke 6 weken (Awb-conform).

De opschortende werking, zoals nu bij rijksmonumentenactiviteit verdwijnt. De inwerkingtreding van de omgevingsvergunning in de huidige versie van de Omgevingswet is twee weken na bekendmaking. Voor onomkeerbare activiteiten wordt dit bij de Invoeringswet vier weken (motie Eerste Kamer). Er is een voorlopige voorzieing nodig voor de opschorting. Dit vereist een actievere houding van de derden-belanghebbenden.

Omgevingsvergunning

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft de omgevingsvergunning bestaan:

  • Bestaand en vertrouwd kerninstrument (Wabo)
  • Veel nieuwe activiteiten in de Omgevingswet (veel wateractiviteiten, opgesplitst in meer activiteiten t.o.v. Waterwet (m.n. van belang voor archeologie)

Ook worden er omgevingsvergunningen samengevoegd:

  1. aanleg (uitvoeren werk of werkzaamheid geen bouwwerk zijnde)
  2. afwijken van het bestemmingsplan (binnenplans en buitenplans)
  3. sloop binnen of buiten beschermd stads- of dorpsgezicht
  4. wijzigen, verstoren, slopen etc. van gemeentelijk of provinciaal (archeologisch) beschermd monument

-> alle: omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit, gereguleerd door het omgevingsplan (straks: `omgevingsplanactiviteit')

Omgevingsvergunning: afwijkactiviteit

De bundeling van al deze activiteiten in de afwijkactiviteit (na invoeringbesluit dus `omgevingsplanactiviteit') betekent:

  • het is belangrijk om de beoordelingsregels, voorschriften en vergunningvrije activiteiten overzichtelijk gebundeld in het omgevingsplan te krijgen;
  • meer beleidsvrijheid wat betreft de invulling van deze vergunningplichten, omdat de gemeente de beoordelingsregels (grotendeels) bepaalt;
  • meer mogelijkheden tot maatwerk per locatie.

Beoordelingsregels afwijkactiviteit

Gemeenten kunnen straks in het omgevingsplan beoordelingsregels vaststellen voor de afwijkactiviteiten m.b.t. (gemeentelijk) beschermd cultureel erfgoed. Bij het vaststellen van de beoordelingsregels dient rekening te worden gehouden met de beginselen uit de instructieregel (rekening houden met het behoud van het cultureel erfgoed).

Denk aan beoordelingsregels voor:

  • sloopactiviteiten (ook buiten beschermd gezicht)
  • aanlegactiviteiten
  • kappen van bomen (in groenaanleg)
  • sommige ontgrondingen
  • afwijken van (algemene regels in het omgevingsplan

Overige beoordelingsregels

Een aantal omgevingsvergunningen heeft beoordelingsregels die verwijzen naar de doelen van de Omgevingswet. Tot die doelen behoort ook het behoud van cultureel erfgoed. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ontgrondingen of beperkingengebiedactiviteiten m.b.t. een waterstaatswerk in de Noordzee. Aandachtspunt is nu de wateractiviteiten die van invloed kunnen zijn op archeologische monumenten (nu nog: maatschappelijke functie van een watersysteem).

Rijksmonumenten

  • Vergunningplicht: rijksmonumentenactiviteit art. 5.1 lid 1 onder b Ow
  • Vergunningvrij: Bal

Beoordelingsregels:

  1. vergunning alleen verleend als activiteit in overeenstemming is met het belang van de monumentenzorg
  2. bevoegd gezag houdt rekening met volgende beginselen:

    ​- voorkomen ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten,
    - bevorderen gebruik monumenten, zo nodig door wijziging, rekening houdend met monumentale waarden, en
    - conserveren en in stand houden archeologische monumenten, bij voorkeur in situ

Voorschriften:

  • grondslag: art. 5.34 Ow
  • inhoud algemeen: koppeling aan beoordelingsregels Bkl

Archeologie: art. 8.67 Bkl
Gebouwd erfgoed: art. 8.68 Bkl (specifiek i.v.m. Granada-verplichting: maatregelen voor demonteren, overbrengen en herbouw bij verplaatsing monumenten)

Rijksbeschermde gezichten

Vergunningplicht:

  • afwijkactiviteit (sloop) art. 5.1 Ow + omgevingsplan
  • vergunningvrij (slopen): omgevingsplan
  • vergunningvrij (bouwen): PM Invoeringsbesluit

Beoordelingsregels:

Een gemeente kan zelf op het beschermde gezicht afgestemde beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning voor de afwijkactiviteit (sloop) vaststellen in het omgevingsplan. Ook voor bestaande gezichten. Als een gemeente geen beoordelingsregels vaststelt dan blijft de huidige Wabo-weigeringsgrond gelden.

Gemeentelijke/provinciale monumenten, gemeentelijke gezichten, cultuurlandschap

  • afwijkactiviteit art. OW + omgevingsplan
  • vergunningvrij: omgevingsplan (eventuele landelijke algemene regels vergunningvrij gaan voor; PM invoeringsbesluit)

Voorschriften:

  • grondslag: art. 5.34 Ow
  • inhoud: omgevingsplan (ook voor archeologie)


Laatst bewerkt op 01-11-2016