Beschermde stads- en dorpsgezichten

Een beschermd stads- of dorpsgezicht is een gebied binnen een stad of dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. Door deze bescherming blijft het cultuurhistorische karakter behouden. 

Onder beschermde stads- en dorpsgezichten worden in artikel 1 sub f van de Monumentenwet 1988 verstaan: ‘Groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden’

In Nederland zijn er ruim 450 van deze beschermde gebieden, waarvan een 50 tal in de provincie Limburg.

Hoe verloopt de aanwijzingsprocedure?

De aanwijzingsprocedure is geregeld in artikel 35 van de Monumentenwet 1988. De aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht gebeurt door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Infrastructuur en Milieu. Ze doen dit in samenwerking met gemeenten en provincies. De minister van OCenW stuurt een voorstel tot aanwijzing (of intrekking) ter advisering naar de gemeenteraad, gedeputeerde staten, de Rijksplanologische Commissie en de Raad voor Cultuur. Bij dit voorstel tot aanwijzing wordt een kaart toegevoegd, waarop het gebied is aangegeven. Deze kaart moet een zodanige schaal hebben, dat de gemeenteraad weet voor welk gebied zij een in geval van bescherming een bestemmingsplan moet vaststellen en dat eventuele belanghebbenden kunnen aflezen of ‘hun belang’ binnen het gebied van de voorgestelde aanwijzing ligt. 
De gemeenteraad adviseert via gedeputeerde staten binnen 6 maanden, gedeputeerde staten binnen 9 maanden, de Rijksplanologische Commissie en de Raad voor Cultuur binnen 12 maanden na de verzending van het voorstel. 
De ministers van VROM en OCenW beslissen binnen 16 maanden na verzending van het voorstel. 
De bekendmaking van een besluit tot aanwijzing of tot intrekking daarvan geschiedt door plaatsing in de Staatscourant. Van het besluit wordt mededeling gedaan in de dag- en nieuwsbladen en aan de gemeenteraad, gedeputeerde staten, de Rijksplanologische Commissie en de Raad voor Cultuur.

Wat zijn de gevolgen van een bescherming?

Dit wordt geregeld in de artikelen 36 en 37 van de Monumentenwet 1988. Het rechtsgevolg van aanwijzing tot beschermd stads- of dorpsgezicht is dat de betreffende gemeenteraad (bij wijze van toekomstvisie) een beschermend bestemmingsplan voor het beschermde stads- of dorpsgezicht moet vaststellen. Bij het besluit tot aanwijzing kan hieraan een termijn worden verbonden en wordt tevens bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan kunnen worden aangemerkt. 
De aanwijzing schrijft overigens niet voor hoe een toekomstvisie eruit moet komen te zien. Deze visie kan variëren van reconstruerend of behoudend tot dynamisch. Uiteraard moeten bij de totstandkoming van de ruimtelijke toekomstvisie de geschiedenis van het gebied en de aanwezige kwaliteiten bewust een rol te spelen. In de toelichting bij het besluit tot aanwijzing worden deze aspecten beschreven. Met deze toelichting wordt vastgelegd waaraan het bewust omgaan met de geschiedenis en de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten afgemeten kan worden. 
Discussies over ruimtelijke ingrepen in het als beschermd stads- of dorpsgezicht aangewezen gebied worden gevoerd in het kader van de bestemmingsplanprocedure, met alle bijbehorende middelen voor bezwaar en beroep door belanghebbenden. 

Bestemmingsplan voor een beschermd stads- of dorpsgezicht

 Dit bestemmingsplan wijkt in een aantal essentiële opzichten af van het ‘gewone’ bestemmingsplan, te weten: 
a. het bestemmingsplan voor een aangewezen gezicht moet worden vastgesteld ten behoeve van een duidelijk in de wet omschreven doel, te weten de bescherming van het gezicht; 
b. aan de administratieve procedure van een beschermend bestemmingsplan is reeds een wettelijke aanwijzingsprocedure voorafgegaan; 
c. bij een beschermd bestemmingsplan zijn er enkele aanvullende eisen in de administratieve procedure, die betrekking hebben op het horen van de Raad voor Cultuur en van gedeputeerde staten. 

Inhoudelijk is de mate van gedetailleerdheid van een beschermend bestemmingsplan opvallend: vaak is er sprake van een (zeer) gedetailleerde bestemmingsplankaart en van tamelijk strenge bestemmings- en gebruiksvoorschriften. De voorschriften ten aanzien van de vormaspecten hebben doorgaans zowel betrekking op de bebouwing als de open ruimte. Enkele beschermde stads- en dorpsgezichten hebben een gemeentegrensoverschrijdend karakter.

Het beschermd stads- en dorpsgezicht en de Wabo

De Wabo geldt ook voor beschermde stads- en dorpsgezichten. De Wabo kent een aparte bepaling voor sloop in een van rijkswege beschermd gezicht. Sloop van een willekeurig bouwwerk, dus ook een niet-monument, is apart vergunningplichtig. Er is dus een omgevingsvergunning nodig voor de sloopwerkzaamheden én voor een aantal andere werkzaamheden in het van rijkswege beschermd gezicht.

Beschermde stads- en dorpsgezichten in Limburg

Beschermde gezichten zijn niet gelijkmatig verspreid over Nederland. De grootste aantallen zijn te vinden in Friesland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Limburg. Op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is een kaart met stads- en dorpsgezichten te vinden. Deze kaart bevat alle gebieden:

  • die zijn aangewezen als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht (volgens artikel 35 van de Monumentenwet 1988);
  • die nog in aanwijzingsprocedure zijn;
  • waarvan de aanwijzing inmiddels is ingetrokken.

In Limburg gaat het om:

Gemeente Gezicht Start procedure Aanwijzing
Beesel Ronkenstein 1983 1997
Brunssum Mijnkoloniën 2005 2009
Eijsden-Margraten Eijsden 1969 1971
  Gasthuis 1966 1970
  Bruisterbosch 1987 1993
  Moerslag 1987 1993
 

Noorbeek en
De Wesch

1987 1993
  St. Geertruid 1987 1993
Gulpen-Wittem Helle 1967 1968
  Plaat-Diependal 1967 1968
  Höfke-Schweiberg 1967 1969
  Terziet en Kuttingen 1987 1993
Heerlen Beersdal 2004 2008
  Eikenderveld 2004 2008
  Molenberg 2004 2008
  Tempsplein e.o. 2004 2008
  Maria Christinawijk 2005 2008
Horst a/d Maas Griendtsveen 1989 1996
Landgraaf Rimburg 1987 1993
  Lauradorp 2003 2008
  Leenhof-Schaesberg 2004 2008
Maasgouw Stevensweert 1987 1993
  Wessem 1987 1993
  Thorn 1971 1973
Maastricht Maastricht 1975 1982
  Maastricht (uitbreiding) 1989 1996
Nuth Terstraten 1966 1969
Roermond Roermond 1982 1986
  Asselt 2006 2014
Schinnen Amstenrade 1966 1969
  Amstenrade (uitbreiding) 1984 1997
Sittard-Geleen Sittard 1969 1972
Stein Urmond 1968 1970
  Elsloo 1969 1971
Vaals Camerig-Cottessen 1967 1969
  Lemiers 1967 1969
  Mamelis 1967 1969
  Raren 1967 1969
  Vaals 1967 1969
  Vaals (uitbreiding) 1987 1993
Valkenburg a/d Geul Oud-Valkenburg 1966 1970
  St. Gerlach 1966 1970
  Valkenburg 1966 1970
Venlo Ronkenstein 1983 1997
  Steyl 2004 2008
Voerendaal Winthagen 1967 1969
       


Laatst bewerkt op 10-07-2015