Steunpunt Archeologie en Monumentenzorg Limburg
steunpunt informatie actueel overheidsinstanties erfgoedinstellingen helpdesk sitemap

Monumentenwet 1988

Inleiding
De wet- en regelgeving op rijksniveau rondom cultureel erfgoed is vastgelegd in de Monumentenwet 1988  Het is het belangrijkste sectorale instrument voor de bescherming van cultuurhistorisch erfgoed in Nederland. In de Monumentenwet 1988 is geregeld hoe gebouwde (daaronder begrepen 'groene monumenten) en archeologische monumenten aangewezen kunnen worden als wettelijk beschermd monument. Daarnaast heeft de Monumentenwet 1988 betrekking op de bescherming van stads- en dorspgezichten en op de omgang met archeologische waarden en opgravingen. De Monumentenwet 1988 vormt de basis voor de subsidieregelingen voor instandhouding en restauratie van rijksmonumenten.

Op 1 september 2007 is de monumentenwet met betrekking tot de archeologie gewijzigd door het aannemen van de Wet op de Archeologische MonumentenZorg (Wamz). De Monumentenwet 1988 schrijft onder andere voor dat het opgraven van archeologische resten niet is toegestaan. Daarnaast bevat de wet voorschriften met betrekking tot de opgravingsvergunning en het melden van archeologische vondsten. Op 1 januari 2009 is de Monumentenwet 1988 opnieuw gewijzigd en is de adviesplicht ingeperkt. Daarnaast is er in 2009 een beleidsregel vastgesteld m.b.t. de aanwijzing van beschermde monumenten. In 2010 is de Monumentenwet opnieuw gewijzigd. Artikel 42 uit de Monumentenwet is komen te vervallen en daarvoor in de plaats is een vergelijkbaar artikel betreffende schadevergoedingen bij weigering vergunning in het belang van archeologische monumentenzorg opgenomen in artikel 4.2 van de Wabo.

Aanwijzing beschermde (rijks-)monumenten
Onroerende zaken als boerderijen, kerken, kastelen en archeologische vindplaatsen kunnen uniek en waardevol zijn voor ons land. Nederland heeft ongeveer 51.000 beschermde gebouwde monumenten, 1.426 beschermde archeologische monumenten en 350 beschermde stads- en dorpsgezichten. Monumenten zijn dus niet alleen gebouwde zaken als woonhuizen, bruggen, torens en tuinhuizen maar ook archeologische overblijfselen als hunebedden en in de bodem verborgen Romeinse resten.

In de artikelen 3 t/m 10 van de Monumentenwet 1988 staat beschreven hoe beschermde monumenten door het Rijk kunnen worden aangewezen. Om in aanmerking te komen voor bescherming dient een zaak:

De minister kan ambtshalve monumenten aanwijzen als beschermd (rijks-)monument (artikel 3 lid 1). Officiële verzoeken tot aanwijzing door derden kunnen niet meer worden gedaan. Het blijft wel mogelijk om suggesties voor de aanwijzing van monumenten aan te leveren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.


Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2009
Vooruitlopend op de uitkomsten van een discussie over de Modernisering van de Monumentenzorg is er voor gekozen om een beperkt aanwijzingsbeleid te (blijven) voeren. Met ingang van 1 januari 2009 geldt de Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2009. De kern hiervan wordt gevormd door vier aanwijzingsprogramma's die zowel de periode vóór als na 1940 betreffen:

De beleidsregel vormt tevens het kader voor de beoordeling van aanwijzingssuggesties van bijzondere vondsten van vóór 1940. Die zullen zich vooral voordoen bij monumentale waarden die niet direct zichtbaar zijn. Het kan gaan om bijzondere interieurs of om (middeleeuwse) constructies die achter modernere gevels schuilgaan. Ten aanzien van de te beschermen archeologische monumenten zal de minister zich vooral richten op het beschermen van monumenten die bijdragen aan een evenwichtiger monumentenbestand op dit terrein.

Stads- en dorpsgezichten worden mede door de minister van VROM aangewezen. Vóór aanwijzing vraagt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed advies aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin het monument ligt, eventueel aan Gedeputeerde Staten van de provincie, en aan de Raad voor Cultuur. Aan de bescherming van gemeentelijke monumenten ligt een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van een gemeente ten grondslag.

Registratie monumenten
Na aanwijzing worden wettelijk beschermde, onroerende monumenten ingeschreven in het ingevolge de Monumentenwet vastgestelde Monumentenregister (artikel 1 MW 1988). Het Monumentenregister is geautomatiseerd te vinden in de Objectendatabank (ODB) en wordt beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Gemeenten beschikken vaak over een eigen Gemeentelijk Monumentenregister.
In 2000 werd het project Actualisering Monumentenregister (AMR) gestart, om het landelijke register bij te werken en betrouwbaarder en toegankelijker te maken. In de ODB-lijst zijn van elk monument onder meer het adres, de kadastrale gegevens en een redengevende beschrijving aanwezig. Deze redengevende omschrijvingen worden samen met eventuele nadere verkenningen of studies gebruikt bij het beoordelen van (ver)bouwplannen. De archeologische monumenten betreffen kadastrale percelen die zo goed mogelijk zijn weergegeven op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). In maart 2007 is het archeologische deel van het Project Actualisering Monumentenzorg afgerond. Nu telt de lijst 1426 archeologische rijksmonumenten. Op 1 juli 2007 is het gebouwde monumentendeel afgerond en zijn de projectgegevens aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed overgedragen.

Wanneer u wilt weten in hoeverre een pand of terrein rijksbescherming geniet in de zin van de Monumentenwet 1988, kunt u kijken in het Monumentenregister of contact opnemen met de afdeling Monumentenregistratie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Bescherming monumenten
In de gevallen waarin een monument op grond van de Monumentenwet 1988 of een Gemeentelijke Monumentenverordening is beschermd, dient de bestemming in overeenstemming te zijn met de cultuurhistorische waarde. Er mag niets aan een beschermd monument worden veranderd zonder voorafgaande vergunning. Het is strafbaar als er zonder vergunning werkzaamheden worden uitgevoerd.
Voor beschermde rijksmonumenten geldt een in de Monumentenwet geregeld vergunningenstelsel; beschermde gemeentelijke monumenten kunnen worden opgenomen in een Gemeentelijke Monumentenverordening. Voor niet-beschermde monumenten is het mogelijk om in bestemmingsplannen een aanlegvergunningstelsel van kracht te laten zijn (zgn. planologische bescherming).

Omgevingsvergunning (ex. art. 11)
Voor wijzigingen, verstoring, afbraak of verwijdering van beschermde gebouwde monumenten heeft u een omgevingsvergunning nodig. Bij aanvragen voor wijziging van een beschermd monument (bijvoorbeeld verbouw, verplaatsing of sloop), waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is, is de redengevende omschrijving de basis voor toetsing. Indien voorhanden of gewenst aangevuld met nadere studies of verkenningen. De procedure rondom een omgevingsvergunning met betrekking tot de activiteit monument is in de artikelen 11 t/m 21 van de Monumentenwet 1988 geregeld. Voor gemeentelijke monumenten is een vergunning vereist op basis van (een) artikel(en) in een Gemeentelijke Monumentenverordening. 

Of u een omgevingsvergunning of een monumentenvergunning nodig heeft, verschilt afhankelijk van het feit of het een gebouwd dan wel een archeologisch rijksmonument betreft. Meer informatie over de vergunning- of herbestemmingprocedure rond een gebouwd rijksmonument vindt u hier; wilt u meer weten over een archeologische monumentenvergunning dan klikt u hier.

Waarderen
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft een standaard ontwikkeld voor het waarderen van bouwkunst. Daarmee kunnen de monumentale waarden van een gebouw helder en eenduidig vastgesteld worden. De waardering speelt een leidende rol bij het aanwijzen van een gebouw als monument én bij het wijzigen van het beschermde gebouw.

De waardering is gebaseerd op vijf hoofdcriteria die zijn onderverdeeld in subcriteria. De vakgebieden kunst en geschiedenis vormen de basis van de waardering van het gebouwde erfgoed. Maar daarnaast spelen ook geestelijke, geografische, sociaal-economische, bestuurlijke en technische ontwikkelingen een rol in de waardering, naast gaafheid en zeldzaamheid. Ieder monument heeft een eigen palet van waarden (waarderingscriteria).